Melkprijs onder de kostprijs
‘Voer koeien af met minder dan 20 kilo melk’

In de recente jaren met hoge melkprijzen lag het omslagpunt waarbij koeien nog rendabel waren, een stuk lager: bij 13 tot 15 kilo melk per dag, stelt senior bedrijfsadviseur Jelmer Sietzema.
Volgens Sietzema hebben melkveehouders twee buitengewoon goede jaren achter de rug. Inmiddels is de melkprijs gezakt tot onder de 40 cent per liter. ‘Een niveau waarop naar schatting 90 procent van de melkveebedrijven niet langdurig aan alle financiële verplichtingen kan voldoen’, aldus de adviseur. Dit is volgens hem geen reden tot paniek, ‘maar de huidige markt dwingt wél tot een realistische kijk in de spiegel.’
Kritieke melkopbrengst opgelopen
Om de belasting te ontlopen, hebben veel ondernemers de afgelopen goede jaren geïnvesteerd in mechanisatie en melktechniek, dan wel in onderhoud. Hoewel daarmee ook de bedrijfsvoering werd geoptimaliseerd, is de keerzijde dat de kritieke melkopbrengst snel is opgelopen. Volgens de adviseur heeft nog maar 10 procent van de bedrijven een kostprijs onder de 40 cent. Het gemiddelde zit tussen de 47 en 48 cent, maar er is ook een categorie die inmiddels al 60 cent nodig heeft om aan alle verplichtingen te kunnen voldoen.
'Stuur op marge per koe'
Hoewel een lage melkprijs en relatief acceptabele voerkosten volgens Sietzema ‘reflexmatig uitnodigen om de productie te maximaliseren’, is het wel sterk afhankelijk van de bedrijfssituatie of die extra liters ook echt bijdragen aan het banksaldo. ‘De variabelen mestafzet, ruwvoer en fosfaatrechten maken het verschil. Sturen op marge per koe is in deze fase vaak verstandiger dan sturen op volume.’
Daarom is het afvoeren van ondermaats presterende koeien een relevante stap in het strijdplan, stelt hij. ‘Het is natuurlijk geen structurele oplossing voor lage melkprijzen, maar selectie helpt om snel de kosten te drukken zonder dat je hele bedrijfsmodel op de schop moet.’ Bovendien zijn de vleesprijzen goed; dat verzacht de liquiditeitsdruk én maakt scherpe keuzes minder pijnlijk, volgens de sectorspecialist.
Beeld niet alleen negatief
Overigens is wat aaff betreft het beeld voor 2026 niet uitsluitend negatief. De voerprijzen zijn licht dalend, de rente is vrij stabiel en ook de vleesprijzen zijn goed. Vergeleken met de melkprijs zijn rente en voer nog steeds niet goedkoop – maar wel voorspelbaar. Bovendien ligt er gemiddeld prima ruwvoer op de bedrijven. En op koeniveau worden hogere producties behaald met betere gehalten vet en eiwit dan voorheen.
En de markt is weliswaar uit balans, maar er is geen reden om te denken dat vraag en aanbod structureel uit elkaar blijven lopen. Sietzema: ‘De melkveehouderij heeft toekomst. Mits je als ondernemer het tussenliggende dal doorkomt met voldoende buffer, inzicht in je cijfers en een scherpe strategie.’

Tekst: Gineke Mons
Gineke Mons (1970) groeide op op een biologisch melkveebedrijf in Gelderland. Vanaf begin jaren 90 is ze werkzaam in de landbouwjournalistiek. Sinds 2008 als freelancer, met het accent op veehouderij en diergezondheid.
Beeld: Ingrid Sweers
Bron: aaff
