“Achteraf hadden we eerder werk moeten maken van de aanpak van BVD op ons bedrijf”

Een paar glanzende kalveren komen naar het voerhek, en vreten brokjes uit de hand van Sonja. “De basis voor een goed presterende melkveestapel ligt bij de jongvee-opfok”, stelt de melkveehouder. “Daarom zijn we al een paar jaar bezig om bij de opfok de puntjes op de i te zetten.” In januari 2014 stopte Sonja met haar baan bij de NVWA om meer tijd aan het werk op het melkveebedrijf te kunnen besteden. “Bij de kalveren hadden we al een tijd te veel trammelant”, vertelt Sytze. “De extra uren van Sonja wilden we onder meer benutten om de kalveropfok te optimaliseren.”
Kostbaar
De problemen bij de kalveren uitten zich in diarree en veel dode kalveren in de eerste levensdagen. Sytze: “BVD kwam in beeld doordat bij tankmelkonderzoek antistoffen tegen BVD aanwezig bleken. In de gesprekken met de dierenarts, kwam ter sprake dat er veel bedrijven zijn met antistoffen in de melk. Onze melkkoeien vertoonden echter niet de verschijnselen die op een BVD infectie wezen. Dus geen zieke melkkoeien door verminderde weerstand, mastitis, geboorte van afwijkende kalveren, klauwproblemen, vruchtbaarheidsproblemen, of productie-vermindering. Alleen sinds september 2013 was er meer uitval bij de kalveren dan in voorgaande jaren. Bij een achterblijvend kalf is bloed afgenomen, waarbij geen BVD virus werd aangetoond. Bij mestonderzoek kwam wel cryptosporidiose naar voren. Daarom besloten we te beginnen met werken aan een betere kalveropfok.”
Eenlingboxen
De melkveehouders pasten onder meer de huisvesting van de kalveren aan. De jongste kalveren vangen ze op in eenlingboxen in de schuur achter het woonhuis. De kunststof boxjes zijn verrijdbaar en goed reinigbaar. Ieder geboren kalf komt in een schone eenlingbox terecht. Vaarskalveren die op het bedrijf blijven, schuiven na 14 dagen door naar een strooiselhok in de ligboxenstal. Melk krijgen ze daar via de drinkautomaat en naar behoefte kalverbrok en luzerne. Vanaf een leeftijd van 5 maanden krijgen de kalveren een gemengd voerrantsoen.
Niet tevreden
Ondanks alle extra aandacht voor hygiëne, diergezondheid en uitgekiende voeding waren de melkveehouders niet tevreden over de resultaten bij de kalveren. Doordat Sytzes vader ernstig ziek werd, wachtten ze met verdere stappen. Ondertussen liep het ook bij de melkkoeien niet lekker. “De gemiddelde melkproductie daalde naar 24-26 kg melk. Met de adviseur van de voerleverancier hebben we veel gesleuteld aan het voerrantsoen, zonder gewenst resultaat.”
Direct resultaat
In december 2014 besloten de ondernemers in overleg met de dierenarts over te gaan tot een drastische aanpak. De gehele veestapel is door middel van bloedonderzoek op BVD en IBR getest. Dit leverde uiteindelijk 2 BVD dragers op, die onmiddellijk werden afgevoerd. In overleg met de dierenarts besloten Sytze en Sonja ook te vaccineren tegen BVD. “In theorie kun je ook zonder vaccineren BVD van je bedrijf krijgen als je consequent BVD dragers afvoert. Vaccineren biedt echter extra bescherming; bijvoorbeeld tegen her-insleep van het virus”, zegt Sonja.
Sluimerende ziekte
De resultaten van een stringente aanpak van BVD waren ver bluffend. Sonja: “Binnen drie maanden na afvoer van de twee BVD dragers zaten we op gemiddeld 30 kg melk per koe per dag. Inmiddels zijn we een jaar officieel BVD-vrij. Er gaat geen enkel kalf meer dood.”Achteraf concluderen Sytze en Sonja dat ze eerder hadden moeten inspringen op het BVD virus, maar door omstandigheden is dit niet gebeurd. “Het verschil met de periode waarin BVD een rol speelde, is gigantisch. Bij de kalveren bijvoorbeeld konden we doen wat we wilden. Ondanks extra zorg en werk lukte het maar niet om ze er doorheen te slepen. En kalveren die het wel overleefden, bleven het matig doen. BVD is een sluimerende ziekte waardoor we te laat in de gaten kregen wat bij ons de veroorzaker was van kalversterfte en een te lage melk productie.
De impact van het BVD virus is door ons zwaar onderschat”, zegt Sytze. “Dat we nu werken zonder BVD virus op het bedrijf is een verademing”, vertelt Sonja. “De kalveren doen het super en de koeien produceren goed zonder op hun tenen te lopen. De gemiddelde productie is nu 9.100 kg melk in 305 dagen met 4,60% vet en 3,58% eiwit. We produceren nu met 105 koeien net zo veel als met 120 stuks in de BVD periode. De tussenkalftijd is gezakt van 425 naar 385 dagen. Onze inschatting is dat de melkproductie omhoog kan naar 31 kg per dag. Misschien is er de komende jaren nog wel meer mogelijk. De eerste kalveren die geboren zijn na de BVD periode moeten nog aan de melk komen.”
Grote gevolgen
De schade die BVD heeft veroorzaakt op Top-Road Dairy loopt in de tienduizenden euro’s. “Naast dode kalveren en afgevoerde melkkoeien en jongvee, en daar bovenop 4-5 kg melkproductie-daling per koe per dag, heeft BVD er ook voor gezorgd dat we op peildatum 2 juli 2015 omgerekend 46 GVE's minder aanwezig hadden dan we zonder de ziekte zouden hebben gehad. Dat heeft grote gevolgen voor de melkveefosfaatrechten die we toegewezen krijgen.” Alle vaarskalveren krijgen na de geboorte een oormerk dat bij het inbrengen een oorbiopt oplevert. Onderzoek van de oorbiopten op het BVD virus geeft de melkveehouders de garantie dat ze onverhoopte BVD dragers snel op het spoor komen. Sytze: “Gelukkig zijn er geen dragers meer geboren sinds de drastische aanpak en het vaccineren van alle runderen.”
De melkveehouders blijven vaccineren om hun runderen tegen BVD te beschermen. “We zijn weliswaar BVD-vrij, maar dat is geen garantie dat het BVD virus nooit meer terugkomt op het bedrijf”, benadrukt Sonja. “We hebben altijd een gesloten bedrijfsvoering gehad en nooit runderen aangekocht. Toch zijn we op de een of andere manier besmet geraakt. Dat willen we niet nog eens meemaken. Vaccineren is de beste verzekering om BVD-vrij te blijven.”
Flinke jaarlijkse klus
Ieder jaar vaccineert de dierenarts alle runderen vanaf drie maanden met het BVD-vaccin van Boehringer Ingelheim. Sytze: “Dat is een flinke klus. Gelukkig hoeft het maar één keer per jaar. Het voerhek bij de melkkoeien bestaat maar voor een deel uit vastzethekken. Dus het kost wat meer moeite om elke koe te kunnen vaccineren.” Sytze en Sonja zijn van plan de komende jaren te blijven werken aan het optimaliseren van de bedrijfsresultaten.“We hebben vijf ondernemende kinderen die allemaal affiniteit hebben met de agrarische sector en het melkveebedrijf. De tijd zal het leren.”
Tekst: Berrie Klein Swormink