Techniek stuurt diergezondheid

Melkziekte
Gemiddeld 5 tot 10 procent van de dieren krijgt klinische melkziekte. Bij deze dieren is duidelijk dat ze behandeld moeten worden. Uit Amerikaans onderzoek van Reinhardt uit 2011 is echter gebleken dat ongeveer 50 procent van de pas afgekalfde koeien subklinische melkziekte heeft. Dat zijn dieren die vlak na het afkalven een te lage calciumconcentratie in het bloed hebben zonder dat daar direct uitwendige verschijnselen van zichtbaar zijn. Toch ervaren deze dieren de negatieve effecten daarvan op de lange termijn. Hierdoor hebben ze na het afkalven een verhoogd risico op slepende melkziekte en ziekten als lebmaagverplaatsingen en uier of baarmoederontstekingen.
Niet alleen in het buitenland wordt gekeken naar het inzetten van technologie rondom diergezondheid. In Nederland loopt nu het onderzoek ‘sense of sensors in transition management’, uitgevoerd door Wageningen Universiteit en de Faculteit Diergeneeskunde Utrecht. Hierbij wordt met activiteitsmeters het gedrag en de herkauwfrequentie bij koeien bepaald vanaf de droogstand tot en met een maand na afkalven. Eerst wordt vastgesteld wat het ‘normale’ gedrag van koeien is. Hierna kan worden gekeken wat de effecten zijn als het gedrag
van een koe afwijkt van het normale gedrag. In een verder stadium zou daarmee een systeem kunnen worden ontwikkeld waarbij de veehouder op basis van deze gegevens een signaal krijgt
om een koe preventief te behandelen. Hierdoor kunnen ziekten na afkalven worden voorkomen. Zo kan bijvoorbeeld voor melkziektepreventie rondom afkalven een aantal calciumbolussen worden gegeven.
Beter rendement en welzijn
Dit soort systemen maakt het eenvoudiger om grotere koppels te managen, bedrijfsblindheid te voorkomen en meer volgens vaste werkwijzen te werken. Uiteindelijk zal hiermee het rendement van het bedrijf en het dierwelzijn nog verder worden vergroot. Als dat geen prachtige doelen voor 2017 zijn!
Tekst: Ruben Tolboom