De vele gezichten van BVD

Vaak is het echter zo dat BVD zonder duidelijk symptomen door een koppel gaat. Een verhoogd celgetal, verminderde vruchtbaarheid of een verminderde melkproduktie valt dan op. Deze verschijnselen kunnen echter ook worden veroorzaakt door andere factoren. Dit is een van de redenen dat veehouders vaak denken dat hun bedrijf niet besmet is.
De uiteenlopende symptomen van BVD komen gedeeltelijk doordat er veel verschillende BVD typen en subtypen zijn. Hiernaast spelen ook andere factoren zoals de algehele weerstand van de koe, de infectiedruk van het virus en bijvoorbeeld het stadium van de dracht een rol.
In Europa wordt bij onderzoek naar het BVD virus in meer dan 90% van gevallen type 1 aangetoond. Type 1 bestaat weer uit 16 stammen, van BVD type 1a tot en met 1p. Het meest voorkomend in ons land is type 1b.
Type 2, het andere type, bestaat uit type 2a tot en met 2c en wordt in 10% van de gevallen in Europa aangetoond. Type 2c komt hierbij het meest voor en in Nederland is deze ook bekend van recente uitbraken bij mestkalveren. Ook op melkveebedrijven zijn er in Duitsland ernstige problemen beschreven met type 2c.
Overigens is de situatie in de USA geheel anders, daar wordt evenveel type 1 als type 2 gevonden.
Afweerstoffen tegen type 1 geven gedeeltelijk bescherming tegen BVD type 2 voor wat betreft de symptomen van deze ziekte. Dit geldt echter niet voor de bescherming van de ongeboren vrucht. Dus er zullen toch dragerdieren geboren worden als een koe geïnfecteerd raakt met type 2, ondanks dat het dier afweerstoffen tegen type 1 in zijn bloed heeft. Voor een 100% foetale bescherming en vermindering van de klinische symptomen van BVD moet een koe dus tegen beide varianten afweerstoffen hebben.
Kortom; BVD heeft vele gezichten, maar een brede aanpak is het altijd waard!
Tekst: Edzard van Delden
Beeld: Jeroen Haafkens