Pijnmanagement dient dier en portemonnee

De belangrijkste elementen van pijnmanagement zijn:
1. Koecomfort. In de praktijk vertaald zich dat door de toename van diepstrooiselboxen, vrijloopstallen, rubber op de vloeren van de wachtruimte en het stimuleren van weidegang. Dit om problemen, zoals bijvoorbeeld kreupelheid, te verminderen.
2. Voeding. Natuurlijk in de breedste zin van het woord. Maar de focus op transitiemanagement, zodat een koe zo gemakkelijk mogelijk en zonder gezondheidsproblemen aan de volgende lactatie kan beginnen, is behoorlijk toegenomen. De kans op bijvoorbeeld een lebmaagverplaatsing is hierdoor ook kleiner en dat scheelt weer een operatie.
3. Fokkerij. Fokkerij-organisaties sturen via hun fokprogramma’s naast productie steeds meer op gezondheid en vruchtbaarheid. Denk bijvoorbeeld aan hoornloze stieren en de recente introductie door CRV van de fokkerijgetallen gezondheid en efficiëntie die de veehouder moeten helpen in het foktechnisch sturen naar een gezondere, meer efficiënte veestapel. De inzet van een pinkenstier, om ingrepen als gevolg van zwaar afkalven te verminderen, is al lang gemeengoed. Tot slot wordt bij een aantal vleesveerassen via binnenbekken maten gestuurd op vleesvee dat vanzelf afkalft, zodat er minder vaak een keizersnede nodig is.
4. Pijnpreventie. Een niet te onderschatten onderdeel van pijnmanagement is pijnpreventie om het ontstaan van pijn te voorkomen. Daarom neemt de aandacht voor de gezondheidsstatus van bedrijven toe. En wordt er de laatste jaren veel tijd besteed aan uiergezondheid (melktechniek en hygiëne), Salmonella en paratuberculose vrij worden. En in de toekomst wellicht ook van andere infectieziekten, zoals BVD.
Pijnmanagement omvat dus een breed spectrum van zaken die primair goed zijn voor het rund en daarmee ook voor de portemonnee van de rundveehouder.
Tekst: Monique Driesse, dierenarts