BEX 2026 wijzigt VEM-normen, koegewicht en grasopname

Een praktische wijziging in de nieuwe Handreiking BEX is dat het gemiddelde gewicht van de referentiekoe (Holstein-Friesian) is verhoogd van 650 naar 675 kilogram. Ook de gewichten van andere rassen, waaronder Jerseys en kruislingen zijn aangepast en de groeicurve van jongvee is geactualiseerd. Deze wijzigingen werken door in de berekening van de energiebehoefte en daarmee indirect in de berekende voeropname en excretie.
De aangepaste gewichten en nieuwe energienormen hebben daarbij ook effect op de uitkomsten van de BEX. Gemiddeld leidt dit tot een lichte stijging van de berekende netto stikstof- en fosfaatexcretie, in de orde van circa één procent.
Nieuw is ook dat bemonstering van een aangebroken kuil onder voorwaarden is toegestaan. Voorwaarde is dat de volumebepaling al heeft plaatsgevonden toen de kuil nog onaangebroken was. Dit geeft veehouders meer flexibiliteit in de planning van monstername, al blijft correcte uitvoering volgens het protocol essentieel voor betrouwbare uitkomsten. In het verleden leidde het opbreken van kuilen voor monstername tot boetes voor melkveehouders, vanwege het overtreden van de voorwaarden van de Handreiking BEX.
Correcties voor automatisch melken en weidegang
De BEX 2026 stapt over op de VEM2022-behoeftenormen. Deze zijn gebaseerd op recentere inzichten in de energiebehoefte van melkvee en vervangen de eerdere VEM-systematiek.
Daarbij is onder meer de energiebehoefte voor onderhoud, melkproductie, dracht en jongvee herzien en wordt voor lacterende koeien uitgegaan van een hogere energieopname van 105,5 procent (dat was in 2025 nog 102 procent). Dit leidt tot een aangepaste inschatting van voeropname en mineralenstromen.
Belangrijk hierbij is dat de Handreiking BEX 2026 niet het volledige nieuwe CVB-advies voor weidegang volgt. Hoewel het CVB een energietoeslag van 30 procent adviseert voor onbeperkt weiden, worden voorlopig de lagere bewegingstoeslagen uit 2025 aangehouden vanwege onzekerheid over de hoogte van deze nieuwe toeslag.
Daarnaast is in de berekening het gemiddelde aantal dagen droogstand expliciet vastgesteld op 39 dagen (bij 326 dagen lactatie).
Nieuw is dat het gebruikte melksysteem moet worden opgegeven. Bij bedrijven met een automatisch melksysteem wordt de grasopname gecorrigeerd. Bij beperkt weiden ligt de grasopname op 75 procent van het niveau bij conventioneel melken, bij onbeperkt weiden op 85 procent. Daarmee wordt het effect van robotmelken in combinatie met weidegang expliciet meegenomen in de berekening.
Nieuwe praktijkcijfers voor veestapel in BEX
De kenmerken die de veestapel beschrijven, zijn geactualiseerd op basis van praktijkcijfers over de jaren 2022 tot en met 2024. Het gaat onder meer om vervangingspercentage, aandeel droge koeien, kalverproductie en de verdeling over lactaties. Ook is de afkalfleeftijd van vaarzen vastgesteld op 25 maanden.
Dit zorgt voor een betere aansluiting bij de praktijk, maar kan gevolgen hebben voor de vergelijkbaarheid met eerdere jaren.
In de voerbasis zijn nieuwe producten opgenomen, waaronder erwtenkuil, sorghumkuil en zonnebloemenkuil. Daarnaast zijn verteringscoëfficiënten van ruw eiwit geactualiseerd op basis van de CVB Veevoedertabel 2023. Hierdoor kan de stikstofexcretie in rantsoenen met deze voedermiddelen nauwkeuriger worden berekend.
Voor bepaalde staltypen zijn emissiefactoren geactualiseerd. Zo is de ammoniakemissiefactor voor staltype HA1.35 (ligboxenstal met urineopvangstation, beter bekend als het koetoilet) verlaagd van 8,4 naar 6,0 kilogram NH₃ per dierplaats.
BEX onderbouwt stikstof- en fosfaatexcretie
De Handreiking BEX is het instrument waarmee melkveehouders de stikstof- en fosfaatexcretie op bedrijfsniveau kunnen berekenen en onderbouwen, als alternatief voor de forfaitaire normen uit de Meststoffenwet. De uitkomst bepaalt mede de ruimte voor mestplaatsing en verantwoording, waardoor wijzigingen in de systematiek direct relevant zijn voor de bedrijfsvoering.

