Saldo melkveehouders in maart fors lager door lage melkprijs

Deze terugval is vooral te verklaren door de ontwikkeling van de melkprijs. Tussen augustus 2025 en februari 2026 daalde deze fors, waarna in maart een stabilisatie optrad. Ondanks die stabilisatie lag de melkprijs nog altijd bijna 30 procent lager dan een jaar eerder, wat direct doorwerkte in het saldo van melkveehouders.
Kosten drukken resultaat ondanks lichte daling
Hoewel de toegerekende kosten in maart 3 procent lager lagen dan een jaar eerder, waren deze nog altijd 15 procent hoger dan het gemiddelde van de afgelopen jaren. Met name de relatief hoge voerkosten drukken zwaar op het bedrijfsresultaat. De krachtvoerprijs lag weliswaar 4 procent onder het niveau van maart 2025, maar bleef 10 procent boven het tienjaarsgemiddelde.
Tegelijkertijd waren er ook gunstige prijsontwikkelingen: kalveren brachten in maart bijna 3,5 keer zoveel op als het langjarig gemiddelde en slachtkoeien bijna het dubbele.
Zuivelmarkt stabiliseert, maar effect nog beperkt
Op de zuivelmarkt lijkt de daling van de melkprijs inmiddels tot stilstand te zijn gekomen. De noteringen voor boter stegen in de eerste weken van 2026 met 2 procent, terwijl de prijzen voor magere melkpoeder met 35 tot 40 procent toenamen na eerdere forse dalingen in 2025.
Deze stijgingen hebben echter nog nauwelijks effect gehad op de melkprijs die melkveehouders ontvangen. De kaasprijs, die een belangrijke rol speelt in de melkprijs, bleef onder druk staan na een daling van 20 procent in 2025 en nog eens 5 procent in de eerste maanden van 2026.
Voortschrijdend saldo nog bovengemiddeld
Ondanks de recente terugval ligt het voortschrijdend jaarsaldo, het gemiddelde saldo over de afgelopen twaalf maanden, nog boven het langjarig gemiddelde voor een gestandaardiseerd bedrijf met 117 melkkoeien en een productie van 9.080 liter per koe. In maart 2026 bedroeg dit saldo 361.704 euro per bedrijf, tegenover een gemiddelde van 271.038 euro, wat neerkomt op een niveau dat nog altijd 33 procent hoger ligt. Wel is sinds het najaar van 2025 een duidelijke daling zichtbaar.
Ook het cumulatieve saldo, het opgetelde saldo sinds het begin van het kalenderjaar, staat onder druk. Sinds september 2025 is dit afgenomen en in maart ligt het 5 procent onder het langjarig gemiddelde, terwijl het halverwege 2025 nog circa 60 procent daarboven lag.
Melkproductie neemt toe in binnen- en buitenland
De melkproductie nam in de tweede helft van 2025 duidelijk toe. In de maanden na oktober lag de aanvoer 5 tot 7 procent hoger dan in dezelfde periode een jaar eerder. Ook internationaal is sprake van groei: de Europese melkproductie lag in januari 2026 5 procent hoger dan een jaar eerder. Wereldwijd nam de productie eveneens toe, al was die groei minder uitgesproken in landen als Australië en Nieuw-Zeeland.
Tegelijkertijd vertoont de Global Dairy Trade-index sinds december 2025 weer een stijgende lijn na een eerdere daling, al heeft deze ontwikkeling vooralsnog slechts beperkt effect op de melkprijs die aan melkveehouders wordt uitbetaald.

Tekst: Stefan Buning
Geboren en getogen op een melkveebedrijf in de Achterhoek. Sinds 1998 werkzaam als redacteur bij Agrio. Als chef Melkvee is hij samen met zijn team verantwoordelijk voor het kritisch volgen van alles wat er in en om de melkveehouderij in Nederland gebeurt.
Beeld: Ellen Meinen
Bron: Agrimatie Wageningen Economic Research
