Forse daling melkprijs bereikt consument maar mondjesmaat

De prijsindex af boerderij (API) kwam in februari 2026 uit op 111 punten (2020 is 100), een daling van 31 procent ten opzichte van een jaar eerder. Daartegenover staat een consumentenprijsindex (CPI) van 130 punten, slechts 2 procent lager dan eind 2025.
Met andere woorden: waar de melkprijs voor de boer hard onderuitging, blijven winkelprijzen relatief hoog. ZuivelNL (2026) merkt daarbij op dat de melkprijs voor melkveehouders inmiddels in veel gevallen onder de kostprijs ligt.
Ook de zuivelindustrie zit daartussenin. De producentenprijsindex (PPI) daalde wel, maar minder sterk, naar 120 punten. Dit laat zien dat prijsveranderingen in de keten van melkveehouder tot consument stapsgewijs worden doorgegeven en onderweg worden gedempt.
Verwerking en kosten drukken doorwerking
Een belangrijke verklaring volgens de onderzoekers is dat rauwe melk slechts een deel van de uiteindelijke consumentenprijs vormt. Na de boerderij volgen verwerking, verpakking, transport en retail. Deze kosten zijn de afgelopen jaren relatief hoog gebleven.
Vooral bij producten met meer bewerking, zoals kaas en houdbare melk, is het aandeel van deze kosten groot. Daardoor werkt een lagere melkprijs minder direct door in de winkelprijs. Bij verse melk, met minder bewerking, is de koppeling sterker en reageren prijzen sneller.
Daardoor komt een groot deel van de prijsdruk uiteindelijk bij de melkveehouder terecht, terwijl latere schakels in de keten meer mogelijkheden hebben om kosten op te vangen.
Contracten en voorraden vertragen prijsaanpassing
Daarnaast spelen contracten en voorraden een rol. Zuivel wordt vaak geproduceerd, opgeslagen en later verkocht. Denk aan kaas die moet rijpen of melkpoeder dat wordt verhandeld op de wereldmarkt.
Dit betekent dat prijsdalingen van vandaag pas later zichtbaar worden in de winkel. Supermarkten en verwerkers werken bovendien met contracten waarin prijzen voor langere tijd vastliggen.
Internationale markt beïnvloedt prijzen
Wat ook meespeelt, is dat de Nederlandse zuivelsector grotendeels internationaal opereert. Ongeveer 70 procent van de productie wordt geëxporteerd. Wereldmarktprijzen en vraagontwikkelingen, bijvoorbeeld uit Azië, beïnvloeden daardoor sterk wat verwerkers kunnen betalen en vragen, blijkt ook uit een analyse van de Rabobank. Die internationale dynamiek is ook zichtbaar in de Nederlandse cijfers.
Volgens ZuivelNL is de Nederlandse melkaanvoer in de eerste twee maanden van 2026 met 5,7 procent gestegen ten opzichte van een jaar eerder. De organisatie verwacht echter dat het aflopen van de derogatie en de lage melkprijzen de groei later dit jaar zullen afremmen.
Opvallend is dat, ondanks een ruime melkaanvoer, de wereldmarktprijzen voor sommige zuivelproducten juist stijgen, onder meer door extra vraag en lage voorraden. ZuivelNL wijst daarbij onder meer op een verbeterde markt voor magere-melkpoeder, mede door een sterke Europese exportpositie. Dit dempt de neerwaartse druk op consumentenprijzen in Nederland.
Supermarktstructuur beïnvloedt prijs voor consument
De Nederlandse supermarktmarkt is sterk geconcentreerd. Enkele grote inkooporganisaties, waaronder Ahold Delhaize, Jumbo en Superunie, domineren de afzet. Prijzen komen tot stand via onderhandelingen tussen retailers en zuivelondernemingen, waarbij ook marketing, promoties en marges een rol spelen. Prijsverlagingen worden daardoor niet automatisch een-op-een doorgegeven aan de consument.
De combinatie van factoren, waaronder hoge kosten na de boerderij, contractuele afspraken, internationale marktdynamiek en retailstructuur, zorgt ervoor dat de forse daling van de melkprijs slechts gedeeltelijk zichtbaar wordt in de winkel.
Voor melkveehouders betekent dit dat een herstel van de melkprijs niet automatisch volgt uit lagere winkelprijzen of een ruim aanbod. Zolang kosten in de keten hoog blijven en internationale markten leidend zijn, blijft de melkprijs sterk onder druk staan.

Tekst: Stefan Buning
Geboren en getogen op een melkveebedrijf in de Achterhoek. Sinds 1998 werkzaam als redacteur bij Agrio. Als chef Melkvee is hij samen met zijn team verantwoordelijk voor het kritisch volgen van alles wat er in en om de melkveehouderij in Nederland gebeurt.
Beeld: Susan Rexwinkel
Bron: Agrimatie Wageningen Economic Research
