Veel vers gras vraagt sturing op ruw eiwit rantsoen

Dat blijkt uit een recente analyse in het kader van het project Koe en Eiwit, gebaseerd op KringloopWijzer-data van 145 melkveebedrijven in het jaar 2024 en vers gras voederwaarde monsters gedurende dit groeiseizoen.
Vier groepen op basis van aandeel vers gras
De 145 bedrijven werden op basis van het percentage vers gras in het rantsoen ingedeeld in vier groepen, uiteenlopend van gemiddeld 2 procent vers gras in de laagste groep tot 22 procent in de hoogste. Het voederwaardeonderzoek vond plaats op een twintigtal van deze bedrijven die veel weidegang toepasten.
Rol van vers gras en voeradviseur
De bedrijven met een hoog aandeel vers gras in het rantsoen wisten in samenspraak met een voeradviseur en met gebruik van vers gras voederwaarde monsters het rantsoen goed aan te passen, zodat het gemiddelde ruw eiwitgehalte niet boven de gewenste 15,5 procent ruw eiwit in het totale rantsoen steeg.
Compensatie ruw eiwit via kuil en krachtvoer
Bedrijven die relatief veel vers gras voeren, bleken gemiddeld een lager gehalte ruw eiwit te hebben in zowel hun graskuilen als in het krachtvoer en de bijproducten. Dat voorkwam een ongewenste stijging van het totale ruw eiwitgehalte tot boven 15,5 procent. De Wageningse wetenschappers die het onderzoek uitvoerden, concluderen dat de mogelijkheden om te compenseren afhankelijk zijn van de bedrijfsomstandigheden en het vakmanschap rondom het gebruik van vers gras.
In de data-analyse werd geen melkproductie-gegevens en andere data die zicht geven op mineralenbenutting, emissie en voersaldo meegenomen.

