Aardappeloverschot biedt kansen in het rantsoen, maar let op kalium

Net als in de coronatijd is er weer een aardappeloverschot om u tegen te zeggen, juist nu het nieuwe groeiseizoen begint. Juist in een rantsoen met veel snelverteerbaar energie en onbestendig eiwit uit voorjaarsgras past het traag verteerbare bestendige zetmeel uit voeraardappelen heel goed. Ze zorgen bovendien voor een plusje in het melkeiwit, luidt de boerenwijsheid.
Door het huidige overschot vinden aardappelen steeds vaker hun weg naar het rantsoen van melkvee. Ze zijn smakelijk en een goedkope bron van VEM, maar het relatief hoge kaliumgehalte vraagt om aandacht. Een teveel aan kali kan de opname van mineralen zoals magnesium en calcium verstoren, wat de benutting van het rantsoen vermindert en het risico op aandoeningen zoals melkziekte en kopziekte vergroot.
Beperkte mestgift beperkt kans op kopziekte
Voor kopziekte zoals vroeger door een te hoog kaligehalte in het gras hoef je gezien de beperkte drijfmestgift die nog toegestaan is niet bang te zijn. Mocht je het niet vertrouwen, dan zijn kaliumbinders, zoals Clinoptiloliet (Clino), een natuurlijk mineraal zeoliet, in het rantsoen mengen een oplossing. Zeker als je weinig snijmaïs voert, waar weinig kali in zit. Het rantsoen goed mengen is sowieso een must. Of de gift over meerdere porties per dag verdelen.
Voeraardappelen: smakelijk maar risico op selectie
Want melkkoeien zijn doorgaans zo dol op voeraardappelen dat juist dat aspect verklaart waarom het aardappeloverschot niet in zijn geheel naar de melkveehouderij verdwijnt. Selectie kan pensverzuring en klauwbevangenheid veroorzaken. In een automatisch melksysteem kunnen voeraardappelen de rust in de stal verstoren en daarmee de bezoekfrequentie aan de melkrobot onder druk zetten. Te veel zetmeel in een rantsoen maakt hoogproductieve koeien bovendien lui, benadrukken diverse mengvoerfabrikanten.
Bewaarbaarheid en GMP van voeraardappelen
Let ook op de GMP-waardigheid van de geleverde voeraardappelen en de beperkte bewaarbaarheid. Inkuilen, al dan niet in combinatie met gras, kan een oplossing zijn.

Tekst: Erik Colenbrander
Ervaren freelance vakjournalist (52), opgeleid als ingenieur melkveehouderij en van jongs af aan gefascineerd door de boerenwereld en in het bijzonder de melkveehouderij en het weer. Met veel plezier richt ik me de laatste jaren ook op de akkerbouw, in het kader van een 'leven lang leren'.
Beeld: Natasja Beverloo
Bronnen: Micro Nutritions, Berg Fourage, Vitelia Voeders, ABZ Diervoeding
