
“Wie nu de juiste keuzes maakt, scoort straks in de kuil. Praktische tips voor een sterke eerste snede.”
Maximaal scoren met de eerste snede!

Tijd voor de eerste snede!
Waar op sommige percelen het gras al gemaaid is, zal naar verwachting de komende week de eerste snede gaan losbarsten. De adviseurs van DSV zaden hebben afgelopen week diverse rondes gemaakt langs Nederlandse velden. Samen met melkveehouders en dealers is gekeken hoe het gras erbij staat, en zijn de laatste tips en adviezen gedeeld over het optimale maaimoment. Twee aspecten zijn hierbij van groot belang: het eiwitgehalte en de voederwaarde van het gras. Het eiwitgehalte hangt sterk samen met de hoeveelheid bemesting en de daarmee verwachte opbrengst.
De voederwaarde wordt vooral bepaald door de verhouding tussen blad en stengel en het moment waarop het gras begint door te schieten.
Sturen op eiwit
De gewenste hoeveelheid ruw eiwit in het gras is afhankelijk van het bedrijf en het rantsoen. Wanneer het rantsoen voor een groter deel uit snijmaïs bestaat, mag het gras een hoger aandeel ruw eiwit bevatten dan bij een grasrijk rantsoen. Het eiwitgehalte wordt met name bepaald door de bemesting en de droge stofopbrengst. Hoe langer je wacht met maaien, hoe meer het eiwit zich ‘verdunt’ in de toenemende hoeveelheid droge stof, waardoor het ruw eiwitgehalte per kilogram droge stof daalt. Daarom geldt het advies: maai waarvoor je bemest hebt. Hiervoor zijn twee vuistregels van belang:
1. Een goede grasmat kan 1 kg stikstof omzetten naar 6,25 kg ruw eiwit.
2. Iedere centimeter lengte groei is goed voor 100-125 kg ds/ha.
Rekenvoorbeeld om het maaimoment bepalen:
Het doel is om een mooie snede in te kuilen met 185 gr ruw eiwit per kg drogestof. Er is 100 kg beschikbare stikstof per hectare bemest.
- Ruw eiwitproductie/ha: 100 kg N x 6,25 = 625 kg RE/ha
- Gewenste ds-opbrengst/ha: 625 kg RE / 185 gr RE/kgds ≈ 3.400 kg ds/ha
- Maaimoment a.d.h.v. grashoogte: 3.400 kg ds / 110 kg ds (per cm) ≈ 31 cm
Om in deze situatie een snede te oogsten met het gewenste ruw eiwit gehalte van 185 gr/kgds moet gemaaid worden wanneer de grasopbrengst zo’n 3.400 kg ds per hectare is. Dit is bij een grashoogte van ongeveer 31 cm.
Balans tussen opbrengst en voederwaarde
Het is van belang om de balans tussen voederwaarde en opbrengst te vinden. Des te hoger de opbrengst wordt, des te meer de voederwaarde afneemt. De samenstelling van een grasplant verandert namelijk tijdens het groeiseizoen. De verhouding celinhoud ten opzichte van celwanden neemt af. Daarnaast worden de celwanden minder goed verteerbaar.
Gras met een genetisch bepaalde hoge verteerbaarheid heeft hier minder last van. Deze rassen kunnen later gemaaid worden met behoud van voederwaarde. Dit geeft dus meer flexibiliteit in het maairegime. De Milk Index rassen hebben een betere celwandverteerbaarheid en hogere voederwaarde. Hierdoor neemt de graskwaliteit minder snel af waardoor eventueel later gemaaid kan worden met behoud van voederwaarde.
Daarnaast heeft de doorschietdatum van grasrassen ook invloed op de kwaliteit. Want wanneer de aar eraan komt neemt de voederwaarde snel af. Dit heeft met name effect op de tweede snede. Wie kiest voor laat doorschietende rassen, zoals Beau en Neuville, verlengt dus ook oogstperiode van de tweede snede om dan ook hoogwaardig gras met een goede voederwaarde te kunnen maaien.
Maaihoogte
Niet onbelangrijk is de maaihoogte van het gras. Dit wordt in de praktijk regelmatig nog wel eens vergeten wanneer de grasmaaier in de wei staat. De optimale maaihoogte van gras is 7 cm. Lager maaien zorgt voor zowel een lagere voederwaarde en jaaropbrengst.
De voederwaarde van gras zit namelijk in het blad en niet in de stam/stengel. Wanneer er in verhouding meer van de onderste plantdelen wordt ingekuild daalt dus de voederwaarde. Daarnaast is de kans op ruw as in de kuil groter bij korter maaien.
Lager maaien kan in de betreffende snede een iets hogere opbrengst geven. Maar té laag maaien heeft een negatief effect op de hergroei van het gras en het kost meer energie voor de plant. Hierdoor verlies je opbrengst in de volgende snede en is er kans dat de levensduur van de grasmat afneemt.
Maaiflexibiliteit met COUNTRY MilkMore
COUNTRY MilkMore mengsels staan voor een uitzonderlijk hoge voederwaarde. Deze mengsels zijn ontwikkeld om het maximale uit het grasland en de koe te halen. De hoge celwandverteerbaarheid zorgt voor extra flexibiliteit rond het maaimoment. Hierdoor kan een hoge opbrengst in de eerste snede worden behaald met behoud van kwaliteit.

