Video: NIRS-sensor stuurt mestgift direct op grasland
Morssink dient 25 kuub mest per hectare toe. Dat is vergelijkbaar met eerdere jaren. Nieuw dit seizoen is de inzet van een NIRS‑sensor op de sleepslangbemester. Die meet tijdens het werk de samenstelling van de mest en geeft een directe indicatie van onder andere het stikstofgehalte. Op het bedrijf van Breimer worden mestputten al structureel bemonsterd, waardoor hij goed weet wat er in de mest zit. De NIRS‑sensor laat tijdens het werk vooral zien hoe sterk die samenstelling kan variëren.
Informatie over samenstelling mest is essentieel
Volgens Erik Morssink is dat inzicht essentieel. „Veel boeren rekenen nog met vaste waarden”, zegt hij. „Maar dit jaar zien we dat het stikstofgehalte in mest vaak lager ligt dan verwacht. Soms kom je uit op 3,2 kilo stikstof per kuub. Dan klopt je hele berekening niet meer.”
De metingen laten bovendien zien dat de samenstelling van mest sterk kan verschillen. Niet alleen tussen mestputten, maar zelfs binnen één put. „Met die informatie kun je tijdens het werk bijsturen,” aldus Morssink. „Je bepaalt dan tijdens het uitrijden of je iets meer of juist minder mest uit moet rijden om toch op de gewenste hoeveelheid stikstof per hectare uit te komen.”
Zoveel mogelijk rendement uit eigen mest
Voor Breimer is die manier van werken belangrijk, omdat hij zoveel mogelijk rendement uit zijn eigen mest wil halen. „Ik denk graag in kringlopen,” zegt hij. „Mijn doel is om de mineralen in de mest zo optimaal mogelijk te benutten en de input tot een minimum te beperken.” Dat wordt volgens hem steeds lastiger door regelgeving. Morssink vult aan: „Omdat het stikstofgehalte in mest lager is, moeten boeren meer mest afvoeren om binnen de normen te blijven. Daardoor houd je uiteindelijk te weinig mest over voor je eigen land.”
Sturen op mest beperkt verlies van mineralen
Deze techniek moet helpen om de verliezen te beperken. De sleepslangbemester is uitgerust met brede banden met een lage bandenspanning, om bodemschade te voorkomen. Door water toe te voegen tijdens het bemesten trekt de mest sneller de bodem in, waardoor er sprake is van minder emissie. Breimer kiest ervoor naast water ook vloeibare kunstmest toe te voegen, in dit geval 25 kilo ammoniumsulfaat per hectare, om het stikstof- en zwavelniveau aan te vullen.
Volgens de melkveehouder draait het uiteindelijk om precisie. „Ken je bodem, weet wat er in je mest zit en stuur daarop”, zegt hij. „Alles wat je verliest aan mineralen, laat je liggen aan opbrengst. Technisch goed werken levert uiteindelijk gewoon euro’s op.”
Tekst: Bram Teeuwsen
Beeld: Bram Teeuwsen

