
Melkveehoudster Erika Snellink-van ’t Oever over kalveropfok en aanpak kalverdiarree: “Aandacht voor kalveren loont. Vaccineren heeft daarbij écht het verschil gemaakt”.

Kalveren: het ondergeschoven kindje
Erika groeide op bij het melkveebedrijf van haar ouders en volgde de landbouwschool. Kalveropfok had dan ook haar interesse. “De mannen hier waren druk met onze 300 melkkoeien, dus de kalveren werden er een beetje ‘bij’ gedaan. Terwijl dat eigenlijk de toekomst van je bedrijf is! Een gemiste kans. Ik ben me er toen echt op gaan focussen.” Maar al snel liep Erika tegen problemen aan. “We hadden al jaren last van kalverdiarree, vooral in de eerste levensweek. Kalverdiarree kan verschillende oorzaken hebben, denk aan het rota- en coronavirus, maar ook cryptosporidiose. Om de kalverdiarree aan te pakken, ben ik in gesprek gegaan met een kalverspecialist, die me waardevolle tips gaf.”
Biestmanagement en hygiëne
Erika: “In de strijd tegen diarree heb ik twee dingen grondig aangepakt: biestmanagement en hygiëne. We zijn gestart met het meten van de brixwaarde. Soms kwamen we niet verder dan 21; té laag. Door kritisch te kijken naar de droogstand en de duur van de transitieperiode, hebben we de brixwaarde verbeterd. Daarnaast houd ik nu alles per kalf bij, zoals de geboortedatum, het tijdstip van de eerste en tweede biestgift en de hoeveelheid biest. Alles ligt vast. Zo weet ik zeker dat elk kalf goed start.”
“Ik sta voor mijn kalveren. Als je ziet wat goede zorg en preventie oplevert, wil je nooit meer terug.”
Strakke hygiëne, van hok tot emmer
Ook op het gebied van hygiëne is winst geboekt. “De kalver-huisvesting wordt grondig schoongespoten. We strooien kalk om de omgeving droog te houden en besmetting zoveel mogelijk tegen te gaan. De emmers worden dagelijks gespoeld en wekelijks gereinigd en de spenen gaan elke week door de vaatwasser. Ik heb zelfs deksels gekocht voor de emmers, zodat de katten niet meer bij de biest kunnen. Tegenwoordig hangen we de emmers omgekeerd op bij het hok, om zoveel mogelijk vuil en vocht te voorkomen.”
Kalverdiarree bleef hardnekkig terugkomen
Ondanks alle inspanningen, bleef de diarree rond dag 8 of 9 terugkomen. “Dat was frustrerend. Alles zat weer onder de diarree, de kalveren waren ziek, ik was uren bezig met schoonmaken, pijnstilling en elektrolyten.” Erika zette kostbare diergeneesmiddelen in, maar niets hielp. “Ik had steeds vaker het gevoel dat ik achter de feiten aanliep. Tot er nieuwe vaccins op de markt kwamen. Ik was meteen geïnteresseerd. Zeker omdat we kalverdiarree maar niet onder controle kregen. Onze dierenarts was nog wat terughoudend, maar toen ik van een andere boer goede ervaringen hoorde, wilde ik het tóch proberen. Je moet soms lef tonen om vooruit te komen. Zeker in de melkveehouderij. Dat hoort bij ondernemerschap.”
Vaccinatie plus extra biest bijvoeren: de gouden combinatie
De eerste 3 maanden na vaccineren waren er nog wat diarreegevallen, maar Erika zette door. “We zaten nog midden in de nasleep van blauwtong. Dierenarts Pleun Penterman van MSD Animal Health kwam bij me langs en stelde voor om extra biest bij te voeren aan kalveren. Dat bleek dé gouden tip! Ik kijk nu dagelijks hoe elk kalf erbij staat. Om de infectiedruk tegen te gaan, krijgt elk kalf vanaf dag 7 tot en met dag 10 of 11 nog eens 250 ml extra biest, aangevuld met melkpoeder tot totaal -inclusief biest!- 3 liter.” Binnen twee weken merkte Erika het verschil. “De kalveren blijven voortaan drinken. Mocht er toch nog wat melk achterblijven, dan geef ik eenmalig een pijnstiller. Daardoor is de melk altijd op en heb ik sinds de vaccinatie geen last meer gehad van uitdroging of kalversterfte door diarree. De diarree die dan nog optreedt, is van zeer korte duur en veel minder hevig. Een verademing!”
Dierenarts en collega’s overtuigd
“De resultaten zijn zo goed, dat ook onze dierenarts om is. Mijn man en zijn vader zijn net zo enthousiast. Ik lever prachtige kalveren af; mooi in de benen en goed op gewicht. Zeker met de hoge kalverprijzen is dat een grote plus. En voor mij: veel meer werkplezier. Geen stallen vol diarree, doodzieke kalveren, pijnstilling of elektrolyten meer. Dat is zó’n verschil.” Ondertussen blijft Erika het biestprotocol aanscherpen. “Sinds tien weken geven we de eerste biest via een 4-literfles met sonde, in één keer. Na 24 uur volgt de tweede biestgift. Zo weet je zeker dat het kalf genoeg binnenkrijgt. Het werkt super. Als je hygiëne én biestmanagement op orde zijn, is vaccineren tegen kalverdiarree het dubbel en dwars waard.”
NL-BOV-251100003