
Melkveehouder Gerben Braakman: “Reducties zeker haalbaar, ook met dit type bedrijf”


Gerben Braakman runt samen met zijn echtgenote de Agara Hoeve in het Drentse Dwingeloo. Het bedrijf telt 100 melkkoeien op 125 hectare grond en is al sinds de generatie van Gerbens vader biologisch. Naast de melkveehouderij is er een zorgboerderij en een natuurbeheertak.
Het bedrijf ligt tegen Natura 2000-gebied Leggelderveld aan. “Dus logisch dat we kijken naar stikstof en andere emissies,” aldus Gerben. Sinds 2024 neemt hij bovendien deel aan de extensiveringsregeling, waardoor hij tegen een vergoeding minder koeien houdt, minder bemest en dus ook minder stikstof uitstoot.
Bijdragen met kennis
Protesten zijn niet aan hem besteed, zegt Gerben op de vraag waarom hij deel is gaan nemen aan Netwerk Praktijkbedrijven. “Ik draag liever bij door kennis te verzamelen en te delen.”
Daarnaast vindt hij het ook leuk, voegt hij toe. “In studiegroepen duik ik graag in de cijfers om te zien hoe alles samenhangt. Als je aan één hendel trekt, beweegt er elders ook iets. Dat vind ik ook het mooie aan boer zijn. Met meer kennis, kun je het proces gerichter sturen.”
Gerbens bedrijf is onderzoeksbedrijf binnen het Netwerk. “Ik ben blij dat er metingen verricht worden”, zegt hij daarover. “Ik denk dat mijn bedrijf een goed beeld geeft van de biologische sector, waarbinnen ook veel variatie zit. Het is belangrijk dat alle boeren vertegenwoordigd worden binnen het Netwerk, ook de biologische.”
Een beperktere keuze aan bijproducten
Het verlagen van het ruw eiwit in het rantsoen kan best uitdagend zijn, vertelt Gerben. Zeker ook door zijn specifieke omstandigheden als biologische én extensieve boer.
Zo zijn veel bijproducten die gangbare boeren aan kunnen kopen - zoals aardappelsnippers, perspulp en bierborstel - biologisch niet toegestaan, simpelweg niet verkrijgbaar óf erg duur.
“Dit gebrek aan keuze maakt het lastiger om je rantsoen te optimaliseren”, geeft Gerben aan. “Neem bijvoorbeeld mais. Dat is een handig product om energie mee bij te voeren, maar biologische mais aankopen is erg kostbaar.” Om die reden is Gerben het zelf weer gaan telen, gemiddeld genomen zo’n vijf hectare per jaar.
Voortgang en bedrijfskenmerken (2020)
Grondsoort: Zand
Totale oppervlakte: 135,34 ha
Aantal melkkoeien: 120
Intensiteit: 7.009 kg meetmelk / ha
Bedrijfsvoering: Biologisch
Aantal dagen weidegang: 220 dagen per jaar
Aantal uren weidegang: 14 uren per dag
Weidegang als sleutel
Naast de uitdagingen als biologische boer ziet Gerben ook zeker de kansen. Weidegang speelt hier voor hem een sleutelrol in. “Daar waar de gangbare weideboer de koe minimaal 720 uur per jaar buiten laat staan, moet de biologische boer dat minstens 1440 uur doen. Ikzelf zit op 2500 uur, dat is nóg meer.”
Daardoor kan hij goed scoren, benadrukt hij. “Weidegang is gunstig voor stikstof, omdat mest en urine niet bij elkaar komen. Maar óók voor methaan, omdat de koe in het veld zelf het gras kiest dat malser is en beter verteerbaar.”
“Ik ben echt gaan geloven in de kracht van vers gras”, benadrukt Gerben. “Je slechtste weidegras is net zo goed als je beste kuil qua DVE. Daar komt nog bij dat je bij vers gras geen conserveringsverliezen hebt.”
'Je slechtste weidegras is net zo goed als je beste kuil.'
Gerben Braakman
Infrastructuur
Gerbens doel is om richting de 2000 kilogram droge stof per koe uit vers gras te gaan. Dat vraagt om vroeg starten in het voorjaar, dag en nacht weiden, en investeren in infrastructuur.
“We hebben plannen voor het uitbreiden van ons kavelpad. Dat maakt het makkelijker om percelen bereikbaar te houden en is bovendien gunstig voor de klauwgezondheid.”
Momenteel onderzoekt Gerben of hij in de toekomst draadloos kan weiden. “Dat zou een hele mooie optie zijn, om arbeid te besparen. Hopelijk kunnen we dit realiseren.”
Stalmaatregelen
Gerben is positief over de daling van ruw eiwit in het rantsoen. “Deze lag bij aanvang van het project al laag, maar de benutting is nu ook nog hoger geworden door meer energie te voeren.”
Het ureum - dat voor dit project rond de 20 lag - is inmiddels gezakt naar 15. Dit lage ureum denkt Gerben ook terug te zien in de koegezondheid. “De afgelopen tijd is de klauwgezondheid stukken beter geworden. Wat ook helpt, is dat we de stal nu nog schoner houden: we spoelen de roosters met water met een druppelsysteem boven de loopgangen van de koeien.”
Een kanttekening is wel, vindt hij, dat de investeringen in de stal soms hoog op kunnen lopen. “Ik hoop dat er ook subsidies komen voor stalmaatregelen die kostbaar zijn.”
Elektrische mixers
Zo had hij de Airomix beluchting graag willen proberen, maar bleek deze te duur om aan te schaffen. In plaats daarvan koos hij voor elektrische mixers in de mestkelder.
“Vanuit het Netwerk was het idee dat de uitstoot daarmee zou dalen. En ook ik had de verwachting dat het zou leiden tot minder uitstoot, als er geen dikke korst meer op de mest komt te liggen.”
Uit de metingen kan dat momenteel nog niet geconcludeerd worden, vervolgt hij. “We zagen juist kleine methaanpiekjes tijdens het mixen”, aldus Gerben. “Maar het is nog niet duidelijk of de mixers in zijn geheel tot meer of minder uitstoot leiden. Je bent ook onderzoeksbedrijf om daarachter te komen.”
Wat wél en niet werkt
Water bij de mest doen ervaart hij wel als concreet succes. “Door flink wat water toe te voegen in de put halveert de ammoniakuitstoot. Dat zie je één-op-één terug in de metingen, bijna op de minuut af.”
Zo zaten er de afgelopen jaren ook maatregelen tussen die aantoonbaar leken te werken, benoemt hij. Neem ook het bijvoeren van wortelen. “Er werd gedacht dat dat eiwitbenutting zou verbeteren, maar in de praktijk leidde ook dat tot hogere methaanuitstoot.”
Gerben houdt zich vast aan de maatregelen die wél bleken te werken. “Gelukkig zijn die er ook. Het is wel een kwestie van continu scherp zijn - op alle factoren - en stappen blijven zetten.”
Blik vooruit
De komende jaren wil Gerben zijn bedrijf verder ontwikkelen met compost uit natuurgebieden. Deze heeft hij ook nodig: door de extensiveringsregeling is hij ook beperkter in bemestingsmogelijkheden. “Eerder voerde ik nog biologische varkensmest en plantaardig digestaat aan, voor hogere eiwitgehaltes in graskuilen.”
“Nu moeten we het van compost uit natuurgebieden hebben. Ik ben er wel positief over, verwacht dat de compost de stikstof langzamer vrijgeeft en dat past goed bij ons bedrijf. Het is organisch gebonden en sluit goed aan bij biologisch boeren.”
Daarnaast wil hij inzetten op meer kruiden in het grasland, voor betere voederwaarde en biodiversiteit. “Het blijft puzzelen,” concludeert Gerben. “Je moet elk jaar weer keuzes maken. Maar ik ben ervan overtuigd dat biologisch en emissiereductie samen kunnen gaan. Zeker wanneer we inzetten op meer vers gras in de koe.”
'Door flink water toe te voegen in de put halveert de ammoniakuitstoot.'
Gerben Braakman
Beeld: Harry Kolenbrander
Bron: netwerkpraktijkbedrijven.nl





