
‘Met de kop der foar’: Marten de Jong behaalt klimaatwinst op zijn weidebedrijf dankzij voeraanpassingen en kavelpad


Marten de Jong runt een melkveehouderij in Baaium. Hij doet dit samen met zijn vrouw Anneke en hun kinderen Els en Ultsje, die tevens de toekomstige opvolgers van het bedrijf zijn.
Het bedrijf beslaat 107 hectare en telt 200 melkkoeien. Het is een echt weidebedrijf: de koeien staan gemiddeld 180 dagen per jaar zo’n 9 uur per dag buiten. Circa 55 procent van de grond wordt beheerd als agrarisch natuurbeheer, waardoor het bedrijf ook een weidevogelbedrijf is. Hier geldt het motto ‘Buorkje mei Greidefugels’ (boeren met weidevogels).
De kop der foar
De deelname aan het project komt voort uit een proactieve instelling. “Ik vind dat we als boeren sámen wat moeten ondernemen in plaats van achterover hangen,” stelt Marten.
“Afwachten op wat Den Haag doet, lost niets op. We moeten als veehouders zelf aan de slag gaan. Verder kijken in plaats van alles aan onze laars lappen. ‘De kop der foar’zeggen we ook wel hier in Friesland: nooit de moed laten zakken, bij tegenslag of slechte berichtgeving. Altijd doorgaan, en dat doen wij middels dit project.”
'Afwachten op wat Den Haag doet, lost niets op.'
Marten de Jong
Laaghangend fruit
Laaghangend fruit, zo noemt Marten de eerste maatregelen die hij binnen dit project nam. Al snel realiseerde hij een reductie van ammoniakuitstoot. “We voerden de reductiedoelen van het project uit en pasten ons rantsoen aan. Dat was geen hogere wiskunde.”
Daarnaast namen de boeren nog een aantal andere maatregelen. Zo voegden ze sinds hun deelname bij het sleepslangbemesten veel water toe (ongeveer 50 procent). Ook schoven ze de roostervloeren met grotere regelmaat aan, om de stalvloer extra schoon te houden.
Bedrijfskenmerken (2020) en voortgang
Grondsoort: Klei
Totale oppervlakte: 98 ha
Derogatie: Ja
Aantal melkkoeien: 192
Intensiteit: 17.366 kg meetmelk / ha
Bedrijfsvoering: Gangbaar
Aantal dagen weidegang: 180 dagen per jaar
Aantal uren weidegang: 8 uren per dag
140 g RE/kg DS
Het gaf een zichtbaar effect op het ruw eiwitgehalte. Na een eerste jaar met 156 g/kg DS werd dit in 2021 al teruggebracht naar 136 g/kg DS. In 2022 zat hij zelfs op uitschieter 131 g/kg DS.
“Als weidevogelboer zit je sowieso al op een relatief laag ruw eiwitgehalte, maar het is mooi om te zien dat we daar nog verder in konden dalen. Het voerbedrijf waarmee we werken, dacht daar actief in mee. En de koeien merken er geen verschil van”, aldus Marten.
Koecomfort
Dochter Els houdt streng toezicht op het jongvee en streeft naar maximaal vijf stuks jongvee per tien melkkoeien, idealiter nog minder.
“Met weinig jongvee is het belangrijk dat koeien ouder worden en langer meegaan. We investeren flink in koecomfort, dat past bij het totaalplaatje van ons bedrijf”, aldus Marten.
In 2023 zijn groepshutten aangeschaft voor de kalveren, die het welzijn bevorderen en efficiënt te reinigen zijn. Voor de melkkoeien investeerde het gezin in diepstrooiselboxen met een comfortabele laag strooisel.

Kavelpad
Ook de weidegang is geoptimaliseerd. Naar een perceel op 1.200 meter van het erf, waar de koeien eerder minder goed konden komen, legde de familie vroeg in het voorjaar een kavelpad aan. Dit leidde door betere bereikbaarheid van de percelen tot een hogere opname van vers gras.
“Hierin volgden we het advies van Bert Philipsen van de WUR en bedrijfsbegeleider Michiel Meindertsma”, blikt Marten terug. “Wij zagen dit eerder niet als optie, maar het kavelpad heeft ons veel opgeleverd. De hogere opname aan vers gras zal methaanuitstoot reduceren. Uit de cijfers van het eerste halfjaar van 2025 blijkt dit ook. Een ander bijkomend voordeel is een extra stuk ontsluiting op het bedrijf, voegt hij toe. “Voor ons is het kavelpad dus win-win.”
Bietenpulp
Onlangs voerde Marten nog een belangrijke verandering door in zijn rantsoen: hij verminderde de bietenpulp, omdat deze een relatief hoge methaanemissie bevat. Dit compenseerde hij met een maisbrok, bierbostel en het eerder genoemde extra verse gras in de koe. “Zo proberen we beetje bij beetje ook op methaan meer grip te krijgen”, aldus Marten.
“Het zou wel mooi zijn als de zuivelmarkt ook meer oog krijgt voor methaan”, voegt hij daar wel aan toe. “Op dit moment ligt de focus bij deze partijen vooral op CO₂-reductie, terwijl onze opdracht het reduceren van methaan is. Zelf zie ik het belang wel van methaan reduceren, maar ik snap ook dat er voor sommige boeren nog te weinig stimulans is.”
'Het zou mooi zijn als de zuivelmarkt meer oog krijgt voor methaan.'
Marten de Jong
Blik wordt breder
Al met al kijkt Marten met plezier terug op de gemaakte stappen en ziet hij de meerwaarde van de Netwerk-aanpak. Hij hoopt dat het project een vervolg krijgt, en zou dan zelf graag deelnemer blijven.
“Je blik wordt breder als je aan Netwerk Praktijkbedrijven meedoet”, concludeert hij. “Niet iedereen zit in zo’n gunstig gebied als wij, dus onze aanpak is niet voor iedereen. Maar ook collega’s die een stuk intensiever zijn dan wij, zitten op hun plek binnen het project”, vertelt hij.
“We laten allemaal ons eigen geluid horen en hebben ook respect voor dat van een ander. Je merkt een gezamenlijke trots op de beroepsgroep. Voor mij en mijn familie is het reden genoeg om te zeggen: hopelijk zet het project door en dan doen we weer mee.”
'Je blik wordt breder als je aan Netwerk Praktijkbedrijven meedoet.'
Marten de Jong
Beeld: Harry Kolenbrander
Bron: netwerkpraktijkbedrijven.nl




