
Gerjan Hilhorst ziet dat monitoren economische kansen biedt: “Vaker een vers gras-monster doen kan schelen in mestafzet”


Agro-innovatiecentrum De Marke is een melkveebedrijf in Hengelo (GLD), waar Wageningen University & Research onderzoek verricht. Gerjan Hilhorst is betrokken bij De Marke sinds de plannen in 1989 ontstonden. “Ik loop hier al sinds het moment dat we de stal bouwden en koeien gingen kopen. Dus ik ken elk perceel en weet precies wat er de afgelopen jaren wel en niet goed werkte.”
Of hij zichzelf ziet als melkveehouder? “Nee, de constructie hier is anders”, geeft Gerjan aan. “Dit bedrijf is van Wageningen University & Research en met een team van medewerkers zorgen we dat het vee en het land wordt verzorgd maar dat ook het onderzoek goed wordt uitgevoerd. Mijn taak ligt vooral bij het uitvoeren van het onderzoek. Voor een groot gedeelte van het onderzoek hebben we vee, mest, bodem en gewas nodig en daarom ben ik ook betrokken bij die onderdelen van de bedrijfsvoering.”
Op De Marke worden ook bezoekers ontvangen, rondgeleid en geïnformeerd over de resultaten van het bedrijf en onderzoek. Bezoekers lopen uiteen van studenten tot beleidsmakers. Ook komen er boeren in studieclubverband over de vloer.
Monitoren
Een deelname aan Netwerk Praktijkbedrijven – naast ook aan Koeien en Kansen en andere projecten – past perfect bij het Agro-innovatiecentrum. “Wij monitoren sowieso al heel intensief. Neem het teeltsysteem: alles wat naar de percelen gaat en er ook weer af komt wordt geregistreerd en de gewasopbrengsten worden gewogen met een weegbrug.”
“We nemen veel monsters en registreren dagelijks hoeveel en wat we precies voeren. Ammoniak- en methaanuitstoot meten we sinds 2019. Het was dus logisch om aan dit project deel te nemen.”
Wat zijn de belangrijkste bevindingen tot nu toe? “Wij zien het rantsoen als dé bron om emissies mee aan te pakken. Bovendien is een lagere input economisch ook interessant, dus daar valt in onze optiek veel winst te behalen.”
Voortgang en bedrijfskenmerken (2020)
Grondsoort: Zand
Totale oppervlakte: 54,97 ha
Aantal melkkoeien: 85
Intensiteit: 15.333 kg meetmelk / ha
Bedrijfsvoering: Gangbaar
Aantal dagen weidegang: 130 dagen per jaar
Aantal uren weidegang: 7 uren per dag
Vervangen
“Wij proberen individuele koeien zoveel mogelijk op de norm te voeren. Dit doen we door het samenstellen van een goed basisrantsoen en daarnaast voeren we drie soorten krachtvoer in de melkrobot. Zo kunnen we elke koe in elk lactatiestadium en met elke melkproductie scherp voeren.”
Is dat een vanzelfsprekendheid, gezien de bijzondere positie van het bedrijf? “Dat niet per se. Ook wij moeten serieuze gesprekken voeren met de voerleverancier om steeds scherp en efficiënt te voeren. En we werken hier met een team, dus moeten onderling ook alle neuzen dezelfde kant op staan.”
“Bovendien is het makkelijker gezegd dan gedaan, een beetje minder eiwit in het rantsoen. Maar gaandeweg zijn we er wel achter dat het niet alleen de kunst is van het weglaten, maar óók de kunst van het vervangen. Als je een hogere benutting van eiwit wil, dien je ook te letten op energie die je bijvoert.”
'Het is niet alleen de kunst van het weglaten, maar ook de kunst van het vervangen.'
Gerjan Hilhorst

Maïs
Op De Marke is maïs een belangrijke bron van energie. “Wij zitten op droogtegevoelige zandgrond waar in normale jaren maïs met weinig water een hogere opbrengst geeft dan gras. We hebben ook geen derogatiebouwplan en zitten op gemiddeld 60-40. Jaarlijks proberen we een gedeelte van onze maïs te oogsten als maïskolvensilage. Je oogst dan alleen de kolf en dat maakt het product nog energierijker dan maïs. De rest van de maïsplant zorgt voor organische stof aanvoer naar de bodem.”
“Veel boeren doen dat nog niet, omdat je met kolf minder opbrengst per hectare hebt. Wij kunnen deze ruimte pakken, omdat we meer grond onder ons bedrijf hebben dan de gemiddelde melkveehouder.”
“We letten daarnaast op onze stalemissie. Neem het vloermanagement: we houden de vloer zo schoon mogelijk. En we zorgen ervoor dat schuiven goed afgesteld zijn en elk uur gaan, zodat mest en urine minder met elkaar in aanraking komen. Met een druppelinstallatie bevochtigen we de vloer. Dit geeft niet alleen een schonere vloer maar met dit water verlaag je ook de concentratie van stikstof in je mest. Dit principe valt ook toe te passen bij het uitrijden van de mest.”
Haalbaar
“We krijgen hier veel informatie binnen en dus ook veel inzicht”, stelt Gerjan. “We kúnnen in veel gevallen ook meer dan het reguliere bedrijf, omdat wij middels projecten financiële risico’s makkelijker kunnen afdekken. Dat is dan ook waar wij voor in het leven zijn geroepen: ons doel is om te testen.”
“Aan de andere kant speelt de boerderij zich niet in een vacuüm af. We testen af en toe extreme dingen, maar richten ons voornamelijk op reële opties voor de melkveehouderij. Die aansluiting op de praktijk willen we constant behouden.”
“Neem bijvoorbeeld methaanuitstoot, dat is nog best een zorgenkindje. Dit jaar konden we door de weeromstandigheden niet de gewenste maïsopbrengst en kwaliteit realiseren. Dan ben je aangewezen op voer aankopen. We proberen in onze aankopen dan extra te letten op de emissiefactor.”
Management
“Daarnaast kiezen wij vooralsnog niet voor additieven waarmee methaanemissies gedempt zouden kunnen worden. We willen eerst kijken hoever we komen met de andere maatregelen. Het gebruik van een additief mag de toepassing van andere bruikbare managementmaatregelen niet wegdrukken.
In managementmaatregelen liggen namelijk de écht duurzame oplossingen, volgens Gerjan. “Een tip is bijvoorbeeld wat vaker een vers-grasmonster nemen om te kijken hoe het ervoor staat. Veel boeren hebben in de zomerperiode een overmaat aan eiwit in hun gras. Door daar beter op in te spelen, krijg je minder ammoniakuitstoot en hoef je via het voerspoor dus ook minder mest af te voeren. Zo’n monster kost misschien 100 euro, maar dat heb je er al uit als je drie kuub minder kan afvoeren.”
Al met al is Gerjan blij met zijn deelname aan het Netwerk. “Wij steken ook veel op van andere melkveebedrijven. Laatst was er een groepje boeren op bezoek en liet ik onze gerstoogst zien, een gewas waarvoor wij kozen gezien de lage emissiefactor.”
“Eén van de boeren vond dat onze gerst wel geplet was, maar niet goed gemalen. Zijn idee was dat het een slechte benutting van de gerst gaf. Binnen dit project profiteer je van elkaars ervaring. Dat past goed bij de doelen van De Marke.”
'Binnen dit project profiteer je van elkaars ervaring'
Gerjan Hilhorst
Beeld: Harry Kolenbrander
Bron: netwerkpraktijkbedrijven



