Garantieprijs FrieslandCampina onveranderd op 39,00 euro

De zuivelcoöperatie verwacht dat de referentieondernemingen de melkprijs voor gangbare melk stabiel houden na de plotselinge kentering van de zuivelmarkt.
De integrale melkprijs – de garantieprijs voor gangbare melk aangevuld met de maximale Foqus planet-toeslag voor duurzaamheidsprestaties en de kwantumtoeslag, na verrekening van inhoudingen en kosten – komt voor maart uit op 42,71 euro. Die integrale melkprijs voor PlanetProof-melk bedraagt de komende maand 43,71 euro.
De eiwitwaarde in maart bedraagt 544,54 euro en de vetwaarde 435,63 euro per 100 kilogram.
Het maandelijkse melkgeld wordt voor elke melkveehouder berekend op basis van de waarde van eiwit en vet in een vaste verhouding (5:4) en de garantieprijs voor gangbare melk bij 3,57 procent eiwit en 4,49 procent vet, exclusief btw, per 100 kilogram melk.
De garantieprijs wordt vastgesteld op basis van de melkprijzen die door een aantal referentieondernemingen in Noordwest-Europa worden uitbetaald aan melkveehouders, uitgaande van een gemiddelde jaarlevering van 1.000.000 kg melk. Het verschil tussen de garantieprijs en het melkgeld ontstaat door verrekening van inhoudingen, kosten en toeslagen.
Biologische melkprijs daalt met 1,50 euro
De bio-garantieprijs daalt in maart met 1,50 euro ten opzichte van de maand ervoor naar 63,50 euro per 100 kilogram. FrieslandCampina kiest hiervoor omdat referentieondernemingen naar verwachting lagere prijzen voor biologische boerderijmelk zullen uitbetalen door een lichte daling van de marktprijzen.
De integrale bio-melkprijs bedraagt 66,09 euro per 100 kilogram. De eiwitwaarde bedraagt in maart 886,62 euro en de vetwaarde 709,30 euro per 100 kilogram.
Het maandelijkse melkgeld wordt voor elke melkveehouder berekend op basis van de waarde van eiwit en vet in een vaste verhouding (5:4) en de garantieprijs voor biologische melk bij 3,57 procent eiwit en 4,49 procent vet, exclusief btw, per 100 kilogram melk.
De bio-garantieprijs wordt vastgesteld op basis van de biologische melkprijzen die door een aantal referentieondernemingen in Noordwest-Europa worden uitbetaald aan melkveehouders, uitgaande van een gemiddelde jaarlevering van 600.000 kg melk. Het verschil tussen de bio-garantieprijs en het melkgeld ontstaat door verrekening van inhoudingen, kosten en toeslagen.

Tekst: Hermien van der Aa
Woont en werkt op een melkveebedrijf in Hernen met als neventakken educatie en zorglandbouw. Sinds 2020 parttime redacteur melkvee bij Agrio, waar ze hoofdzakelijk schrijft voor de website melkvee.nl, het vakblad Melkvee en de regiobladen
Beeld: Agrio archief
Bron: FrieslandCampina
