Grip op stikstof, ammoniak en broeikasgas: vier koplopers VK-Oost aan het woord

Jur Eekelder is dataspecialist bij VK-Oost en nam de 250 aanwezigen mee in de verzamelde data die werd ‘geoogst’ in de afgelopen tien jaar. De vereniging beschikt over een tienjarige database met KringloopWijzer-gegevens en gewas- en bodemuitslagen van ruim 370 melkveehouders.
Laag stikstofbodemoverschot door mestopslag
Vier ondernemers staken boven de rest uit en ontvingen een onderscheiding voor hun prestaties. André de Groot boert in Laren en werd uitgelicht door zijn lage stikstofbodemoverschot van 60 kilogram stikstof per hectare per jaar. Hij houdt 120 melkkoeien met weidegang, veel kruiden en grasklaver. Op zijn bedrijf staat de bodem centraal, waarbij De Groot stuurt op een hoge stikstofbenutting en zo min mogelijk uitspoeling.
De melkveehouder schrijft de score gedeeltelijk toe aan zijn mestopslagcapaciteit. „Investeren in mestopslag was een belangrijke actie voor ons gerealiseerde bodemoverschot”, benadrukt hij. „Omdat we deze opslagcapaciteit hebben, kunnen we de mest op het juiste moment toedienen.” De boer doet sinds 2017 niet meer mee met derogatie. „Daarom telen we nu ook gewassen die minder stikstof nodig hebben uit mest. Zo kunnen we meer mest plaatsen op ons grasland”, licht hij toe. De ondernemer licht toe dat hij dankzij zij opslag niet meer laat in het seizoen mest uitrijdt als dit door droogte eigenlijk ook niet gewenst is. „Door de opslagsilo kan ik op tijd stoppen met uitrijden en kan ik gedurende het groeiseizoen bijsturen.”
License to produce behouden
In De Heurne melkt Mark Ormel 170 Jersey-koeien met bijbehorend 80 stuks jongvee. Hij behaalt een gemiddelde ammoniakemissie van 48 kilogram ammoniak per hectare per jaar. De melkveehouder schrijft dit resultaat vooral toe aan zijn weidegang. „Dat past bij onze bedrijfsvoering. Daarnaast hebben we een gemiddeld ruw eiwitgehalte in het rantsoen van 150-155 gram per kilogram droge stof”, vult Ormel aan. De melkveehouder onderstreept het belang van ieders deelname aan VK-Oost. „Door hieraan mee te doen, ga je door de jaren heen dingetjes oppikken. Je raakt gemotiveerd om op meerdere aspecten te letten. Ik denk dat we dat moeten blijven doen om onze ‘license to produce’ te behouden”, stelt hij. Ormel adviseert de aanwezige boeren in de zaal: „Je bent geen goede boer door één ding goed te doen, maar door geen fouten te maken. Probeer op alle facetten net dat stapje extra te zetten”, roept hij op.
De melkveehouder blikt vooruit. „Het woordje ‘doelsturing’ is vanavond al enkele keren ter sprake geweest. We kunnen als VK-Oost aan de hand van data laten zien hoe goed we ons best doen. Hopelijk zorgt dat ervoor dat we de komende jaren al een stukje voorlopen.”
Pas jongvee aanhouden als er een koe weg is
Boudewijn Krabben uit Harreveld zit samen met zijn ouders in maatschap. Ze melken 60 koeien en hebben 30 stuks jongvee. De melkveehouder behaalt met 780 gram CO2-equivalenten per kilogram meetmelk een goede score op het gebied van broeikasgasemissie. „Mijn vader is een echte dierenverzorger, hij is strak op ons management”, begint Krabben. „Ook al hebben we een klein stalletje, de koeien doen het goed”, knipoogt de jonge ondernemer. Hij stuurt binnen de bedrijfsvoering op zo kwalitatief hoogwaardig mogelijk ruwvoer. „We zijn strak in ons maairegime en dat begint nu al met het plaatsen van mollenklemmen en straks met op tijd maaien en de eerste snede net wat langer laten staan”, licht hij toe. De melkveehouder geeft aan dat hij volgens een vast schema zijn percelen maait en vervolgens op tijd bemest. „Al staat er nog geen grote snede, we maaien het af. We willen zoveel mogelijk melk uit ruwvoer”, weet Krabben, die hierdoor wel een relatief hoog eiwitaandeel in het rantsoen heeft. „Hierdoor hoeven we minder eiwit aan te kopen.” Daarnaast benut de melkveehouder zijn fosfaatrechten graag zo maximaal mogelijk. Ik ben dan ook erg consequent met de afvoer van koeien en het aanhouden van jongvee. Pas als er een koe weg is, mag ik een kalf aanhouden.”
Allround goed scoren kan
Als laatste werd Jeroen Beker uit Brummen op het podium geroepen. Deze melkveehouder scoort jaarlijks gemiddeld een bodemoverschot van 70 kilogram stikstof per hectare, een ammoniakemissie van 45 kilogram ammoniak per hectare en een broeikasgasemissie van 740 gram CO2-equivalenten per kilogram meetmelk. Hiermee steekt hij op meerdere vlakken boven het gemiddelde van de VK-Oost deelnemers uit. De ondernemer heeft 220 melkkoeien en 90 stuks jongvee op 150 hectare grond. Van het totale areaal is 90 hectare gangbaar grasland, 40 hectare natuurlijk grasland en 20 hectare maisland. Beker legt op zijn bedrijf de focus op onder andere transitiemanagement. „We willen onze koeien goed laten opstarten zodat ze probleemloos aan een nieuwe lactatie beginnen. Dat begint bij de opfok van het kalf en eindigt als een koe ons bedrijf verlaat”, stelt Beker. De boer probeert overal de puntjes op de i te zetten. Graslandmanagement is één van de onderwerpen waar de ondernemer gedreven in is. „De eerste snede kan gerust wachten tot begin mei. Daarna proberen we steeds elke vier weken te maaien. Afgelopen jaar stond er vaak geen grote snede maar met een bandhark zorgen we ervoor dat de hakselaar toch snel door kan werken”, blikt de melkveehouder terug, die aangeeft secuur en planmatig te werken. Op het bedrijf wordt geregeld grasklaver ingezaaid. „We merken dat het stikstofleverend vermogen na drie jaar wel wat wegzakt, dat wisselt behoorlijk per perceel”, erkent hij.
Verbetering voor iedereen mogelijk
Na de huldiging van de vier koplopers vatte Eekelder de bijbehorende boodschap samen. „We zien dat verschillende bedrijven onder hun eigen omstandigheden goed kunnen scoren. Daarom geldt dat er voor iedereen kansen liggen om aan de slag te gaan met de benoemde thema’s. Waar spreiding is, is verbetering mogelijk. Hierbij is de rode draad dat secuur en planmatig werken in combinatie met vakmanschap de basis moet blijven.”

Tekst: Lisa Lagerberg
Opgroeiend tussen de M.R.IJ. koeien op een melkveebedrijf in Limburg, ontwikkelde Lisa haar passie voor de agrarische sector. Ze versterkt de redactie bij Agrio waarbij ze schrijft voor de regionale websites en printuitgaven.
Beeld: Anouk Hemmink Fotografie


