Sector presenteert gids voor transportwaardigheid melkkoeien

In de Europese transportverordening staan zogeheten open normen voor het vervoer van melkkoeien. In de praktijk leidt dat volgens de samenwerkende organisaties nog wel eens tot discussie tussen melkveehouders, dierenartsen, transporteurs en toezichthouders. De regelgeving geeft niet altijd eenduidig aan wanneer een dier transportwaardig is. Ook worden normen in verschillende EU-lidstaten anders geïnterpreteerd.
Het Bureau Risicobeoordeling & Onderzoek (BuRO) van de NVWA concludeerde in 2022 dat bij het afvoeren van afgemolken melkkoeien aanzienlijke dierenwelzijnsrisico’s optreden, met name bij dieren met lichte gezondheidsafwijkingen. De belangrijkste risico’s zijn verergering van kreupelheid, huidbeschadigingen, uitputting en in ernstige gevallen uitzichtloos lijden of sterfte tijdens transport. In de periode van 2017 tot 2020 werden jaarlijks circa 360.000 tot 540.000 melkkoeien afgevoerd; een klein percentage (geschat 0,05–5 procent) wordt mogelijk toch vervoerd terwijl zij ongeschikt zijn voor transport.
BuRO stelde dat meer objectieve en uniforme beoordelingscriteria noodzakelijk zijn, inclusief het meewegen van transportduur en -afstand, omdat al na ongeveer drie uur transport klinische afwijkingen kunnen verergeren. Het rapport van BuRO liet zien dat het huidige Europese kader open normen bevat, waardoor interpretatieverschillen ontstaan tussen inspecteurs en sectorpartijen. Daarnaast wees BuRO op een mogelijke perverse prikkel: sterfte op het bedrijf kan via het KoeData-systeem financieel nadelig uitpakken, wat kan aanzetten tot het afvoeren van kwetsbare dieren voordat zij op het bedrijf dood gaan.
Toezicht op transport melkkoeien aangescherpt
Maatschappelijk ligt veetransport al langer onder een vergrootglas, zeker wanneer het gaat om kwetsbare of zieke dieren. Meldingen van niet-transportwaardige runderen die dood of in zeer slechte toestand aankomen bij slachthuizen – onder meer in België en Duitsland – leidden tot politieke en mediabelangstelling. Zulke incidenten raken aan het bredere debat over dierenwelzijn in de veehouderij.
Er is ook politieke druk. De toenmalige minister van LNV Carola Schouten zegde in 2020 de Tweede Kamer toe dat de NVWA strenger en uniformer toezicht moet houden op transportwaardigheid, mede naar aanleiding van eerdere misstanden in de roodvleessector.
Handleiding geeft houvast bij transport koeien
De Europese en Nederlandse regelgeving moedigen sectorpartijen nu aan om zelf invulling te geven aan de normen voor transport van melkvee via een gids voor goede praktijken. De melkveesector zet nu die stap met een handleiding die concreet beschrijft wanneer een koe transportwaardig is – en onder welke voorwaarden een melkkoe toch verantwoord vervoerd kan worden.
In de handleiding staan duidelijke richtlijnen, een stappenplan en voorbeelden uit de praktijk met foto’s. Die helpen om zorgvuldig en open te beoordelen of een koe vervoerd kan worden.
De 88 pagina’s tellende praktische leidraad helpt om in de praktijk een verantwoorde keuze te maken. Bijvoorbeeld tussen gewoon transport, transport onder voorwaarden, aangepaste huisvesting op het bedrijf, noodslachting, inzet van een Mobiele Dodingsunit (MDU) of euthanasie.
Er wordt via acht vragen in een beslisboom onder meer gekeken naar de manier van bewegen: staat en loopt de koe vlot, zonder aarzeling? Daarnaast speelt ook de houding een rol. Deze moet ontspannen en natuurlijk zijn met een horizontale ruglijn. Ook ademhaling (rustig en gelijkmatig), gedrag (alert maar ontspannen), normale herkauwactiviteit en het ontbreken van verse bloedingen, open wonden of duidelijke zwellingen zijn bepalend. Daarmee wordt onderscheid gemaakt over een koe transportwaardig is, niet transportwaardig of dat transport onder voorwaarden noodzakelijk is.
Brede keten steunt gids transportwaardigheid
De gids is opgesteld door een brede groep ketenpartijen, waaronder LTO Nederland, NMV, DDB, ZuivelNL, Vee & Logistiek Nederland, TLN (Saveetra), VSV, VleesNL, CPD, KNMvD en Royal GD. De totstandkoming stond onder begeleiding van prof. Bert Driessen, dierenarts en hoogleraar dierenwelzijn aan de Universiteit van Gent.
Het document is geen op zichzelf staand initiatief. Het vormt een concrete uitwerking van de ambities uit het convenant ‘Stappen naar een Dierwaardige Veehouderij’. Het sluit ook aan bij inzichten uit de wetenschappelijke literatuur, aanbevelingen van de EFSA en EURCAW, en praktijkervaringen van melkveehouders, praktijkdierenartsen, veehandelaren, veevervoeders, verzamelcentra en toezichthouders.
Sector vraagt snelle goedkeuring richtlijn
De richtlijn is nu ter beoordeling ingediend bij het ministerie van LVVN. De indieners hopen op snelle goedkeuring.
Minister Wiersma reageerde volgens de betrokken organisaties enthousiast op gids: „Het is goed dat wetenschappers en sectorpartijen samen het initiatief hebben genomen om nieuwe richtlijnen op te stellen. Zo’n breed gedragen plan juich ik van harte toe, al is de formele beoordeling natuurlijk aan mijn opvolger”, meldt LTO in een persbericht.
Volgens de betrokken partijen zorgt goedkeuring voor meer handelingsperspectief in de praktijk. Daarmee wordt het eenvoudiger om te bepalen welke melkkoeien wel of niet geschikt zijn voor transport. Dat moet bijdragen aan beter dierenwelzijn tijdens vervoer en tegelijk voorkomen dat waardevolle dierlijke eiwitten onnodig verloren gaan voor de voedselketen.

Tekst: Stefan Buning
Geboren en getogen op een melkveebedrijf in de Achterhoek. Sinds 1998 werkzaam als redacteur bij Agrio. Als chef Melkvee is hij samen met zijn team verantwoordelijk voor het kritisch volgen van alles wat er in en om de melkveehouderij in Nederland gebeurt.
Beeld: Hooge Noorden, Jacob van Essen



