
Bart en Rudie Freriks sturen op ammoniak en methaan, óók midden in de overname: wat is nodig om door te pakken?


Melkveehouderij De Achtermaate in Luttenberg telt 41,5 hectare zandgrond en zo’n 80 melkkoeien. De veestapel weidt gemiddeld zeven uur per dag, 180 dagen per jaar.
Voor Rudie was de stap naar het Netwerk Praktijkbedrijven logisch. “Ik deed eerder al mee aan Proeftuin Natura 2000”, blikt hij terug. “Dit project sloot er mooi op aan. Vroeg of laat moet je er toch aan, dan zit ik er liever vroeg dan laat,” zegt hij.
Bovendien bood deelname zoon Bart (25) de kans om te leren over ammoniak en methaan. Sinds zijn 21e zit hij in de maatschap. Inmiddels neemt vooral hij de dagelijkse leiding op zich, terwijl Rudie nu buiten de deur werkt als landbouwadviseur.
'Vroeg of laat moet je er toch aan, dan zit ik liever vroeg dan laat.'
Rudie Freriks
Eerste stappen: scherp sturen
De eerste reductiemaatregelen richtten zich op rantsoen en jongvee. Het ruw eiwitgehalte werd verlaagd en het aantal stuks jongvee teruggebracht. Rudie: “Het gaat erom dat je efficiënt met stikstof omgaat. Eerst maak je gras en mais, daarna melk. Als je die twee stappen efficiënt uitvoert, scoor je goed op ammoniak én houd je er geld aan over.”
Voortgang en bedrijfskenmerken (2020)
Grondsoort: Zand
Totale oppervlakte: 39,51ha
Derogatie: Ja
Aantal melkkoeien: 80
Intensiteit: 19.193 kg meetmelk / ha
Bedrijfsvoering: Gangbaar
Aantal dagen weidegang: 180 dagen per jaar
Aantal uren weidegang: 7 uren per dag
Een belangrijke les was om de voeradviseur medeverantwoordelijk te maken voor de resultaten. Rudie: “Ik ben kritisch. Een adviseur heeft twee doelen: een tevreden klant en omzet draaien. Dus maak ik vooraf duidelijk wat mijn uitgangspunten zijn. Als het misgaat, zoeken we dat samen uit. Ook een voeradviseur kan daarvan leren.”
Bart vult aan: “We sturen nu apart met energie- en eiwitmixen. Dat geeft meer grip.” Door energie en eiwit los van elkaar te doseren, kunnen de Freriks het rantsoen veel nauwkeuriger afstemmen op de behoefte van de koeien. Daarmee voorkomen ze pieken in ruw eiwit die leiden tot hogere ammoniakemissie. Het rantsoen blijft stabieler en de benutting van eigen ruwvoer verbetert.
'We sturen nu apart met energie- en eiwitmixen. Dat geeft meer grip.'
Bart Freriks
Fingerspitzengefühl
De Freriks weten inmiddels dat sturen soms ook leren van fouten betekent. Rudie: “Je weet pas waar de grens ligt als je eroverheen gaat. Eén zomer zakte het ureumgetal naar 10. Toen zagen we: dat is té laag, de productie valt terug. In andere periodes kan het wél. Zo leer je waar de balans zit. Dat fingerspitzengefühl ontwikkel je door ervaring.”
Het beperken van jongvee per tien melkkoeien leverde resultaat, maar was ook lastig. Bart: “Tijdens de blauwtonguitbraak zaten we op 4,3 en merkten we dat we té krap zaten. We hadden weinig achter de hand voor vervanging.”
Inmiddels houden ze bewust iets meer jongvee aan, zodat het bedrijf flexibel blijft. “Vijf stuks per tien melkkoeien is haalbaar,” aldus Rudie, “maar onder de 4,5 wordt het te spannend.”
Bemestingsplan
Bart en Rudie maken daarnaast zelf het bemestingsplan. Rudie: “Zo weet ik precies wat er gebeurt. Voor de eerste snede gebruiken we drijfmest, daarna zo weinig mogelijk kunstmest. We laten de klaver en kruiden in het gras hun werk doen. Alleen waar de klaver is verdwenen, sturen we nog wat bij.”
Die aanpak levert meerdere voordelen op. Minder kunstmest betekent lagere kosten en minder stikstof die kan vervluchtigen naar de lucht of uitspoelen naar het grondwater. Tegelijk zorgt het voor een stabieler rantsoen, omdat het eigen grasland meer structuur en benutbaar eiwit oplevert.
Rudie: “Met die beperkte middelen die je nog mag toepassen, moet je het maximale eruit halen. Dat lukt door drijfmest uit te rijden in het voorjaar, en daarna het gras en de kruiden zoveel mogelijk het werk laten doen.”
'Met die beperkte middelen die je nog mag toepassen, moet je het maximale eruit halen.'
Rudie Freriks

Experimenteren met beweiden
Op de huiskavel (10 hectare) wordt bovendien geëxperimenteerd met beweidingssystemen: Nieuw Nederlands Weiden, stalvoeren en stripgrazen. “Elk jaar zoeken we opnieuw wat het beste werkt,” vertelt Bart. Dit jaar kozen ze voor stripgrazen, later aangevuld met stalvoeren.
Ook het benutten van kuilen blijft een leerproces. “Soms heb je een herfstkuil met heel veel eiwit, soms juist zuur en pittig. Dan moet je zoeken: snel doorvoeren of juist spreiden. Het vraagt elk jaar bijsturen.”
Een belangrijk aandachtspunt is de mestopslagcapaciteit. “Eigenlijk wil je tien maanden opslag hebben,” zegt Rudie. “Dan kun je drijfmest structureel in het voorjaar uitrijden. Nu moet er tussendoor altijd wat weg, dat is best wel gedoe.”
Meer opslag bouwen kan pas bij een nieuwe stal, maar die is voorlopig onzeker. “Vergunningen houden ons tegen. Binnen vijf jaar moet er duidelijkheid komen of we hier kunnen blijven of dat we moeten verplaatsen,” legt Bart uit.
Marktprikkel
Op ammoniak is veel bereikt. “We hebben een vliegende start gemaakt. Daar borduren we op voort,” zegt Rudie. Methaan blijft lastiger. Bart: “Daar heb ik nog weinig grip op. Je weet ongeveer welke kant het op kan met kuilen, maar veel verder kom je nog niet.”
Volgens Rudie ontbreekt de stimulans: “De markt is onze leidraad, niet de politiek. En de markt stuurt op CO2 eq. Als je daar goed op scoort, krijg je een beloning. Voor scoren op ammoniak of methaan krijgen wij nog geen beloningen en het helpt ons ook nog niet bij het krijgen van vergunningen. Dat frustreert ons wel.”
Duurzaamheid is voor de Freriks een thema, maar het moet wel écht lonen. Neem de zonnepanelen op het erf. Een deel voorziet het bedrijf van stroom, de rest is verhuurd. “Zo’n zichtbare stap onderstreept dat we duurzaam bezig zijn”, zegt Rudie. “En dankzij een regeling met de huurder kregen we er in één keer een som geld voor. Dat is een beter verdienmodel dan alleen een paar honderd euro per jaar.”
Toekomst en overname
Bart bouwt in de tussentijd langzaam verder aan de overname. Hij wil graag doorgroeien naar honderd koeien, zodat het bedrijf een volledig inkomen oplevert. “Maar politiek en grondgebondenheid maken het plannen lastig. Toch blijft het werk mooi, dat is voor mij reden genoeg om door te zetten,” zegt hij.
De Freriks blijven flexibel, als het om het ideale toekomstplaatje gaat. “Misschien schakelen we naar Jerseys of kiezen we een andere aanpak. Als het niet linksom kan, dan maar rechtsom,” aldus Rudie.
Als het gesprek op de lange lijn komt, benadrukt Rudie dat er al veel is bereikt, ten opzichte van vroeger. “Van 550 kilo stikstofoverschot per hectare in de jaren ’80 naar 100 nu: dat zijn enorme stappen. Daar mag je ook wel eens bij stilstaan.” En, voegt Bart toe: “We hebben ammoniak nu stevig beet. Mede dankzij dit project.”
Praktische insteek
Zou Bart door willen gaan met het Netwerk? Voor een volgend traject houdt hij nog een slag om de arm. “Ik heb nu geen concrete plannen om weer mee te doen. Mocht ik wel deelnemen, dan is voor mij belangrijk dat de praktische insteek centraal blijft.”
Zo vond Bart de bijeenkomsten met collega’s het afgelopen jaar het meest waardevol. “Met elkaar de cijfers doornemen, dat werkt het beste. Dan zie je hoe anderen het doen en kun je vergelijken.” Ook instrumenten als het Grote Ruwvoerspel bleken nuttig. Rudie: “Het helpt om keuzes in voer en kuilen inzichtelijk te maken, daarmee heeft het Netwerk goud in handen.”
Beeld: Harry Kolenbrander
Bron: netwerkpraktijkbedrijven




