
Anton de Wit experimenteert met digitaal afrasteren: “Ureum al met 20 punten gezakt”


“Ik zag dit project als een kans om kennis te vergaren over emissies”, blikt Anton de Wit terug op zijn reden om deel te nemen aan Netwerk Praktijkbedrijven. “Wel in de breedte”, benadrukt hij. “Ik geloof er namelijk niet in om je op slechts één ding te richten. In de politiek zie je dat vaak genoeg gebeuren, maar we moeten thema’s als deze in samenhang aanvliegen.”
Bodemleven
Sinds 2022 boert Anton biologisch. Al was de overstap vanuit gangbaar niet heel groot, geeft hij aan. “Wij waren al een extensief en grondgebonden graslandbedrijf en gebruiken sinds de jaren ’80 al geen kunstmest meer. Antibiotica zetten wij ook zelden in. Onze bedrijfsvoering was dus min of meer al biologisch, alleen misten we het keurmerk nog.”
Zijn koeien worden 24 uur per dag gemolken met een robot. Ook heeft de familie een Zelfservicewinkel op het erf, waar onder andere melk, yoghurt en andere streekproducten te koop zijn.
Binnen zijn bedrijfsvoering speelt het bodemleven een wezenlijke rol. “Het is wat mij betreft de basis. Door aandacht aan het bodemleven te besteden, komt grasgroei op natuurlijke wijze op gang. Ik haal net zoveel van het land als een ander dat met kunstmest doet. De gedachte achter kunstmest is dat je een plant voedt. Maar je zou de hele bodem moeten voeden: de micro-organismen zullen op hun beurt weer zorgen voor plantgroei.”
Hooi voeren
De afgelopen jaren wist Anton zijn ammoniakemissie met 43% (2024 t.o.v. 2020) te verlagen (zie tabel 2). Zelf wijt hij dit met name aan de afname in ruw eiwit. “Het rantsoen bestaat uitsluitend uit vers en gedroogd gras. Zonder bijproducten. Dit is een bewuste keuze. De koe is een ruwvoerverteerder met vier magen: hij hoort gras binnen te krijgen, vind ik.”
“Binnen het project kwam ik erachter dat hooi voeren heel gunstig werkt op reducties. Van tevoren werd het tegendeel nog aangenomen. Maar in het eerste jaar van Netwerk Praktijkbedrijven kwam het voorjaar later op gang en oogstten veel van ons grover gras. Toch vielen de emissies mee. Ook wij hadden behoorlijke grove kuilen.”
“Hoe kan het tegen de verwachting in toch meevallen, onderzochten we toen. We kwamen erachter dat het een voorwaarde is om voldoende suiker te hebben. Als hooi dan langer in de pens blijft zitten, wordt het juist beter benut.”
Voortgang en bedrijfskenmerken (2020)
Grondsoort: Veen
Totale oppervlakte: 80 ha
Aantal melkkoeien: 90
Intensiteit: 6.961 kg meetmelk / ha
Bedrijfsvoering: Biologisch
Aantal dagen weidegang: 200 dagen per jaar
Aantal uren weidegang: 20 uren per dag
'Thema’s als deze moeten we in hun samenhang aanvliegen'
Anton de Wit

Digitaal afrasteren
Anton verwacht aankomend jaar opnieuw meer reductie te behalen. “De herfst was voorheen nog een uitdaging. Dan schoot mijn ureumgetal naar 40 en hoger. We deden aan puur standweiden, waardoor de koeien voornamelijk de puntjes van het gras vraten.”
“Nu geef ik ze met digitaal afrasteren telkens één strookje erbij, waardoor ze de hele plant vreten. Ik ben nog niet boven een ureum van 23 gekomen, dus dat scheelt minimaal 20 punten. Als je dat 2,5 maand doorzet gaan we dat ook terugzien in onze emissies.”
Anton is één van de drie boeren in Nederland die momenteel experimenteert met digitaal afrasteren. “Ik teken de zone op mijn telefoon in op de app van Collie. Als de koe buiten de begrenzing van de ingetekende wei komt, krijgt hij door middel van een piep een waarschuwing. Deze wordt luider, naarmate hij verder loopt. Als hij echt te ver afdwaalt, krijgt hij een schokje vergelijkbaar met één-tiende van het zwakste schrikdraadapparaat. Zo weet hij wel dat hij terug moet.”
“Ook kan ik een trilling, vergelijkbaar met dat van een telefoon, geven zodat hij weet dat hij terug moet naar de stal. Je kan al met al veel nauwkeuriger weiden, tijdswinst behalen en uiteindelijk ook meer grasopbrengst krijgen.”
Rubberen vloer met gaatjes
In 2004 heeft Anton rubberen roosters op zijn rooster geplaatst. “Op basis van dat idee zijn we samen met Lely een dichte vloer gaan ontwikkelen met gaatjes waardoor de urine door de vloer loopt. De dikke fractie wordt door een collector opgezogen en in een aparte kelder gedumpt.”
Het bevalt hem goed. “Het kostte meer, maar ik heb ervaren dat het klauwproblemen tot een minimum beperkt.” Al betreurt hij wel dat de metingen op zijn bedrijf gestopt zijn. “We waren binnen dit project eerst een onderzoeksbedrijf. In eerste instantie zag je, de dag na plaatsing van deze nieuwe vloer, de emissies van de stal met 90% dalen. Dit zou verklaarbaar kunnen zijn, omdat de urine er heel gemakkelijk in liep en rubber veel minder emitteert dan beton. Ook wordt de lucht onder de roosters afgezogen waardoor de ammoniak eruit gewassen wordt.”
“Maar helaas besloot Wageningen Universiteit de metingen te beëindigen, omdat het niet betrouwbaar genoeg was. Naar mijn mening moet je de meting dan zó uitvoeren dat ze wél betrouwbaar worden. Dan was het een kans geweest om meer grip te krijgen op verschillende vloeren. Ook het door de wetenschappers toegezegde onderzoek naar methaan bij de bek van de koe heeft nog niet plaatsgevonden. Ik hoop dat dat nog komt.”
Zelf aan de slag met stalmaatregelen
Elke stal is anders. Met de Stal Quickscan ontdek je hoe jouw melkveestal nu presteert op ammoniak- en methaanemissies. Aan de hand van een aantal vragen weet je in korte tijd waar je goed scoort of waar nog verbeteringen mogelijk zijn in emissiereductie en welke maatregelen je kunt nemen om emissies te verlagen. Dat is goed voor je dieren, voor je portemonnee én voor de toekomst van jouw bedrijf.
De Quickscan bestaat uit vier aparte onderdelen: stalvloer, stalklimaat, mestopslag en bij de mest. Je kunt ieder onderdeel afzonderlijk invullen of de volledige Stal Quickscan doorlopen.
Hooidroogschuur
Aankomende jaren zou Anton nog de stap willen zetten naar een hooidroogschuur. “Het voordeel is dat we al sleufsilo’s hebben, maar die moeten nog wel overdekt worden met een serieus dak. Dat zal nog een forse investering zijn.”
“Met een hooidroogschuur kies je voor drie dagen voederwinning middels een veldperiode en dan verder drogen in de schuur. Zowel om emissies verder te dempen als een gezondere koe te krijgen.”
“Ik hoop hiermee verder te bouwen op het idee dat hooi, als het goed in elkaar steekt, een positief effect heeft op de vertering. En daarmee leidt tot minder ammoniak in de mest en meer organisch gebonden stikstof. Ook in dit geval blijkt: het één hangt met het ander samen. Je krijgt gaandeweg steeds meer inzicht in het gehele systeem.”
'Met de hooidroogschuur hoop ik verder te bouwen op het positieve effect van hooi op de vertering. Zowel om de emissies verder te dempen als een gezondere koe te krijgen'
Anton de Wit
Beeld: Harry Kolenbrander
Bron: netwerkpraktijkbedrijven.nl




