
Pieter Brouwer neemt vers-grasmonsters en wint ruwvoer per diergroep: “Leg de focus erop en stel een doel”


Samen met zijn vrouw Yvonne runt Pieter Brouwer een melkveehouderij met zo’n 170 melkkoeien en 79 stuks jongvee. Het bedrijf heeft 110 hectare in gebruik, waarvan 18 hectare snijmaïs, 15 hectare in eigendom van Natuurmonumenten en nog eens 3 hectare aan kruidenrijk grasland en 5 hectare uitgesteld maaibeheer in het weidevogelgebied.
Geen onbekende
Pieter is geen onbekende voor onderzoekers. Al sinds 2014 voert Wageningen Livestock Research metingen uit op zijn bedrijf. “Onze stal is ideaal om te meten: vrijstaand, geen bomen of buren, dat gaf een heel zuiver beeld,” legt hij uit.
Lange tijd kreeg hij als terugkoppeling vooral rapporten in wetenschappelijk Engels. “Daar snapte ik weinig van. Toen in 2020 het Netwerk Praktijkbedrijven startte, zeiden ze: dit is echt wat voor jou. Het sluit veel meer aan bij de praktijk. Dat triggerde mij. Hier kan ik direct iets mee om mijn bedrijf te verbeteren.”
Volgens Pieter is juist die koppeling van metingen en praktijk uniek. “Ik kan nu mijn eigen bedrijfsresultaten verbeteren, mijn efficiëntie verhogen en mijn kennis vergroten. Bovendien hoor je de verhalen van collega’s en daar leer je net zo goed van.”

Focus op ruw eiwit en ureum
Eén van de belangrijkste veranderingen betrof het ruw eiwit (RE) in het rantsoen. Brouwer streeft naar een gemiddeld RE-gehalte van 150 gram per kilo droge stof. “Ureum in de melk is voor ons leidend,” legt hij uit. “Hoe lager het ureum, hoe beter de benutting, en dus minder ammoniakuitstoot.”
Door te sturen op ruw eiwit zakte in 2022 het ureumgehalte naar gemiddeld 17, terwijl de koeien toch ruim 9.700 kilo melk per koe produceerden. “Dat laat zien dat je prima productie kunt draaien met minder eiwit, zolang de basis - goed gras - maar klopt.”
Voortgang en bedrijfskenmerken (2020)
Grondsoort: Zand
Totale oppervlakte: 108,91 ha
Derogatie: Ja
Aantal melkkoeien: 160
Intensiteit: 14.796 kg meetmelk / ha
Bedrijfsvoering: Gangbaar
Aantal dagen weidegang: 200 dagen per jaar
Aantal uren weidegang: 6 uren per dag
Bemesten in porties
Ook de bemesting werd onder de loep genomen. “We zijn niet minder gaan bemesten, maar juist vaker en in kleinere porties,” zegt Pieter. Hij gebruikt daarbij kunstmestsoorten met zwavel om de stikstofbenutting te verbeteren. “Zo proberen we de uitschieters in het ruw eiwit wat af te vlakken. Het weer speelt natuurlijk altijd mee, maar we streven ernaar het zo constant mogelijk te houden.”
'We zijn niet minder gaan bemesten, maar juist vaker en in kleinere porties.'
Nieuw Nederlands Weiden
Een ander speerpunt is weidegang en graslandplanning. Via de methode Nieuw Nederlands Weiden past Pieter de perceelindeling en planning aan. “Het doel is simpel: meer gras in de koe. We willen de koe zo lang mogelijk buiten houden, maar dan moet je het de koe wel makkelijk maken. Kijken op welke manieren we de koe kunnen stimuleren om vers gras te vreten.”
Dat betekent vooruitdenken. “We plannen nu zes weken vooruit. Dat deden we vroeger niet. Vooruitdenken helpt ons enorm, maar is ook lastig. Als het drie weken niet regent, moet je je planning weer aanpassen. Toch lukt het zeven van de tien keer als je je focus erop legt en een doel stelt.”
Eye-opener
Een belangrijk onderdeel daarbij zijn vers-grasmonsters. “De eye-opener voor mij was dat de waardes van vers gras razendsnel veranderen. Wat vandaag mooi energierijk gras is, kan morgen totaal anders zijn. Zon verhoogt het suikergehalte, regen leidt tot meer eiwit,” legt hij uit.
Dankzij de analyses kan Pieter beter voorspellen wat er in het gras zit. “Bij stabiel weer kun je goed rekenen, bij wisselvallig weer moet je terug redeneren en zelf gevoel ontwikkelen. Maar je krijgt er steeds meer inzicht door.”
'Wat vandaag mooi energierijk gras is, kan morgen totaal anders zijn.'
Pieter Brouwer
Voeding per diergroep
Pieter Brouwer maakt heel bewust onderscheid in ruwvoer per diergroep. Waar veel boeren geneigd zijn alles op één kuil te gooien, zorgt hij ervoor dat de kwaliteit precies aansluit bij de behoefte van melkkoeien, droge koeien en jongvee.
Voor de melkkoeien streeft hij naar ruwvoer met een hoge energiedichtheid en rond de 170 gram ruw eiwit. “Dat is voor ons ideaal: energierijk voer in combinatie met snijmaïs, zodat de koeien voldoende melk kunnen produceren zonder veel krachtvoer bij te voeren,” legt Pieter uit.
Droge koeien krijgen juist gras met 150 gram ruw eiwit of minder, minder energie en meer structuur. “Je wilt voorkomen dat ze te vet worden. Daarom winnen we bewust grover gras, vaak van zandpercelen, met een lager voedingsgehalte. Zo hebben de koeien een makkelijke transitieperiode richting afkalven,” zegt hij.
Jongvee
Voor jongvee wordt hooi gewonnen van onbemeste percelen, schoon en vrij van parasieten. Pinken krijgen voer dat qua kwaliteit tussen droge koeien en melkkoeien in zit. “Zo benutten we alles: wat net te goed is voor droge koeien, maar niet energierijk genoeg voor melkkoeien, gaat naar de pinken. Daardoor hebben we weinig verlies,” aldus Pieter.
Deze aanpak heeft meerdere voordelen: de dieren krijgen voer dat optimaal past bij hun behoefte, er is minder eiwitverlies, en de ammoniakuitstoot blijft beperkt. “Als je voer met mindere kwaliteit apart houdt, wordt je goede voer automatisch beter. Dat lukt niet altijd, maar ook hier is het een kwestie van de focus erop leggen en een doel nastreven.”
Methaan: de volgende uitdaging
Ook in de stal zijn maatregelen genomen. Zo werd de mestrobot ingesteld op vaker rijden en werden de gordijnen voorzien van een CO₂-meter die de ventilatie in de stal reguleert. “Ventilatie is heel bepalend voor ammoniakemissie,” legt Pieter uit.
Waar ammoniak tastbaar is, blijft methaan nog een lastiger dossier. “Methaan is ongrijpbaar en je verdient er geen geld mee,” zegt Pieter. Toch zet hij stappen, onder meer door meer vers gras in te zetten en te spelen met krachtvoersoorten.
“We staan eigenlijk pas aan het begin. Met ammoniak zijn we al decennia bezig en nu pas boeken we resultaat. Met methaan moet die kennis nog opgebouwd worden. Het doel van -30% reductie is ambitieus, misschien wel onrealistisch. Maar je moet ergens beginnen.”
'Kennis over methaan moet nog opgebouwd worden, maar je moet ergens beginnen.'
Pieter Brouwer
Toekomst: stabiliseren
Voor de komende jaren kiest Pieter voor het stabiel houden van zijn bedrijf, zegt hij. “Het bedrijf is relatief stabiel. We houden het zoals het is en zetten de puntjes op de i. Geen grote uitbreidingsplannen. Misschien komt er een opvolger, maar dat hoeft nu nog niet beslist te worden,” zegt hij.
Voorlopig blijft hij actief bijdragen aan het netwerk. “Het is intensief geweest, je moet als onderzoeksbedrijf alles bijhouden, zeven dagen per week. Ook als je ziek bent of een feestje hebt. Maar ik heb er veel voor teruggekregen, in kennis en passende maatregelen. Als je A zegt, moet je ook B zeggen. En ik heb de intentie: ik doe het goed of ik doe het niet.”
Beeld: Harry Kolenbrander
Bron: netwerkpraktijkbedrijven.nl



