
Leendert van Staalduijnen breidt weidegang uit op monumentale locatie: “Een plan biedt houvast, zelfs al wijk je ervan af”

Leendert van Staalduijnen woont op Landgoed Staverden, midden op de Veluwe. Zijn melkveebedrijf bestrijkt 68 hectare en hij melkt 100 koeien met twee melkrobots. Zowel het woonhuis als de koeienstal van de boerderij heeft een monumentale status. “Er wordt hier al ruim 100 jaar geboerd”, vertelt Leendert. “Mijn opa is hier in 1956 gekomen, dus het zit ook al bijna 70 jaar in de familie.”

Monumentaal én up-to-date
Hij is trots op de mooie locatie, al brengt het ook specifieke uitdagingen met zich mee. “Het Natura-2000-gebied zit op korte afstand van de boerderij. Daarnaast maakt het monumentale ook dat ik wat minder aanpassingen kan doen in de stal. Ik heb de optie om een extra stal te bouwen wel onderzocht, maar dan kom ik financieel niet uit. Het is een kunst om de huidige stal aan te passen aan de huidige eisen.”
Het maakt dat hij deelname aan Netwerk Praktijkbedrijven met beide handen aangreep. “Ik had nog niet eerder deelgenomen aan een onderzoeksproject, maar het trok me direct aan. Ik was benieuwd naar de handvatten die je als boer zelf hebt om je bedrijf toekomstbestendiger te maken.”
Vier jaar later is hij als onderzoeksbedrijf nog steeds tevreden over het project. “Ik vind het vooral leuk om te zien dat mijn eigen handelen ertoe doet. Het kan een wezenlijke impact hebben op de cijfers. En dankzij de begeleiding krijg je daar ook relatief snel inzicht in.”
Voortgang en bedrijfskenmerken (2020)
Grondsoort: Zand
Totale oppervlakte: 64,7 ha
Aantal melkkoeien: 110
Intensiteit: 14.265 kg meetmelk / ha
Bedrijfsvoering: Gangbaar
Aantal dagen weidegang: 140 dagen per jaar
Aantal uren weidegang: 7 uren per dag
Niet klakkeloos
Binnen het project leerde Leendert meer over het rantsoen van zijn koeien. “Met voeding kun je een hele hoop. Ik heb een extensief bedrijf met veel eigen ruwvoer. Ik gebruikte sowieso al weinig krachtvoer, dus kan daar ook minder in sturen. Toch ben ik krachtvoer gaan minderen en extra gaan sturen met bijproducten zoals Corngold en Bierbostel. Ik bepaal mijn keuze voor het bijproduct op basis van het ruwvoer dat ik op dat moment voer.”
Hij is ook lager in zijn ruw eiwit gaan zitten, al zitten daar sinds 2020 nog wel schommelingen in. “Ik vind het nog een uitdaging: wanneer is het voldoende, wanneer zit je toch te laag?”
Hij merkte dat de randvoorwaarde bij een lager ruw eiwit is dat het ruwvoer van een passende kwaliteit is. Zo was in 2022 zijn maïsoogst grotendeels verdroogd. Er zaten nauwelijks maïskolven in de plant, waardoor de maïs van slechte kwaliteit was. In combinatie met een lager ruw eiwitgehalte voeren, vielen de resultaten tegen.
“In 2023 hadden mijn koeien daarnaast blauwtong. Dat heeft in 2024 doorgesudderd, eigenlijk te lang. Ik vermoed dat het combineren van een laag ruw eiwit met een minder kwalitatief ruwvoerproduct een uitwerking gehad heeft op de weerstand. Het toont aan dat zakken in ruw eiwit niet iets is wat je klakkeloos doet, je dient goed na te denken over alle factoren die spelen.”
'Zakken in ruw eiwit is niet iets wat je klakkeloos doet. Je moet goed nadenken over alle factoren die spelen.'
Leendert van Staalduijnen
Oudere koeien en minder jongvee
Doordat de veestapel een hoge levensduur heeft, is minder jongvee nodig. Met gemiddeld 3,4 stuks jongvee per 10 melkkoeien zit Leendert vrij laag in zijn jongvee. “Ik heb daar bewust voor gekozen”, geeft hij aan. “En als het als consequentie heeft dat ik wat zak in mijn aantal koeien, vind ik dat op dit moment niet erg.”
“Ik run de boerderij in mijn eentje. Mijn vrouw werkt daarnaast parttime buiten de deur. Met vijf koeien minder heb ik alsnog voldoende werk. Omdat het gezin niet volledig afhankelijk is van het inkomen uit het melkveebedrijf, durf ik iets makkelijker een financieel risico te nemen. Al weeg ik kosten en opbrengsten wel continu af.”
Weersafhankelijk
Een andere maatregel waar Leendert actief mee bezig is, is weidegang. “Met weidegang kan ik zorgen voor een betere eiwitbenutting, omdat vers gras altijd meer DVE bevat dan kuilgras. In 2022 en 2023 is het me prima bevallen. Ik kon mijn weidegang uitbreiden naar 180 dagen in plaats van 140.”
'Met weidegang kan ik zorgen voor een betere eiwitbenutting, omdat vers gras altijd meer DVE bevat dan kuilgras.'
Leendert van Staalduijnen
“Afgelopen jaar wilde ik er in april mee starten en dan een blok maken waarmee we 6 tot 8 weken vooruit konden. Door de nattigheid heb ik in april slechts een paar dagen kunnen weiden en was ik daarna genoodzaakt te stoppen.”
“Op 10 mei ben ik doorgegaan, maar niet op de percelen die ik in mijn hoofd had. Eigenlijk vertrapten de koeien me teveel, maar ik wilde ook niet verder achter komen te liggen met weiden. Dan zouden de groeitrappen namelijk niet uitkomen. Uiteindelijk heb ik slechts vier van de gewenste zes percelen kunnen weiden en is de maximale opname niet gelukt. Zo zie je ook dat niet elk voornemen gerealiseerd kan worden.”
Meer uren weidegang
“Het aantal uren weidegang per dag ligt momenteel op zo’n 6 à 7 uur”, vervolgt Leendert. "Ik zoek uit hoe dat meer kan worden. Daarvoor moet ik ook weten hoeveel de koe vreet in de wei.”
“De afgelopen jaren wilde ik de koeien telkens in één keer uit het weiland halen. Als ik het namelijk twee keer moet doen, kost dat me meer arbeid. Mijn melkrobot past bovendien de selectie toe of de koeien naar buiten mogen of niet. Er kan niet in 6 uur tijd een volledige veestapel gemolken worden. Dus hoe combineer ik dat?”
“Wat dit vraagstuk betreft ben ik nog zoekende. Ik hoop er met bedrijfsbegeleider Niek Konijn en weidecoach Mark de Beer verder over in gesprek te gaan.”
Druppelsysteem
Leendert heeft - ondanks de monumentale status van zijn boerderij - wel een druppelsysteem kunnen installeren. Hij is onderzoeksbedrijf, waardoor emissies in de stal gemeten worden met sensoren. Hiermee wil Netwerk Praktijkbedrijven het effect van druppelen op emissies beter in beeld krijgen. “Ik ben meer gaan schuiven en dankzij de installatie ook met meer water.”
Hij hoopt nog meer inzicht te krijgen in het druppelsysteem. “Zo denk ik dat er mogelijkheden zijn om het druppelen te optimaliseren. We kunnen als Netwerk bijvoorbeeld kijken naar de frequentie van de bedruppeling. Ik doe het nu om de twee uur. Wie weet maakt het ook wel een verschil of je het overdag doet of ’s nachts, als het kouder is.”
Plan biedt houvast
“Wat mij betreft is er meer tijd nodig om duidelijker te krijgen welke maatregelen goed werken en welke overbodig zijn. Het zijn boodschappen die ook gedeeld mogen worden met de overheid. Wat ik verder meeneem uit het Netwerk is het maken van een plan, bijvoorbeeld voor bemesting en beweiding. Ik wil tot de beste kwaliteit ruwvoer komen, passend bij mijn situatie. Dat is de basis voor emissieverlaging.”
“Als boer weet je ook: het plan komt meestal niet uit, je wijkt evengoed weer af richting plan B of plan C. Maar dan heb je wel een uitgangspunt van waaruit je werkt. Dat geeft houvast.”
'Er is meer tijd nodig om duidelijker te krijgen welke maatregelen goed werken en welke overbodig zijn.'
Leendert van Staalduijnen
Beeld: Harry Kolenbrander
Bron: netwerkpraktijkbedrijven.nl



