
Moderne monitoring in de praktijk
Detectie van mastitis bij melkvee


Mastitis als belangrijk gezondheidsprobleem
Mastitis, een ontsteking van het uierweefsel, is één van de meest ingrijpende gezondheidsproblemen binnen de melkveehouderij. De aandoening leidt tot verlies aan melkproductie, verminderde kwaliteit, verhoogde kosten en welzijnsproblemen. Hoe eerder mastitis wordt opgespoord, hoe kleiner de schade en hoe gerichter kan worden behandeld. Voor de detectie van mastitis bestaan verschillende methoden en wordt steeds vaker gebruikgemaakt van inline meetsystemen die gegevens realtime verzamelen tijdens het melken.

Traditionele methoden voor mastitisdetectie
Het opsporen van mastitis kan zowel plaatsvinden op klinisch niveau, waarbij zichtbare afwijkingen aanwezig zijn, als op subklinisch niveau, waarbij afwijkingen nog niet met het blote oog waarneembaar zijn. Traditioneel werd gebruikgemaakt van eenvoudige hulpmiddelen zoals pH-papiertjes en geleidbaarheidsmetingen.
- pH‑meting: Een stijging van de pH kan wijzen op ontstekingsprocessen, omdat de melk zijn chemische balans verliest.
- Geleidbaarheid: De elektrische geleidbaarheid neemt toe door meer zouten en mineralen in de melk die vanuit het uierweefsel in de melk terechtkomen
Ongeveer 30% van de klinische en subklinische mastitisgevallen kan hiermee vroegtijdig worden opgespoord, wat het mogelijk maakt om tijdig managementmaatregelen te nemen, zoals het extra en zorgvuldiger leegmelken van het betreffende kwartier.
Somatisch celgetal (SCC) als indicator
Een andere belangrijke parameter is het somatisch celgetal (SCC). Hoe hoger het aantal cellen in de melk, hoe groter de kans op een ontsteking. Dit kan worden gemeten op bedrijfsniveau via tankmelk, maar ook per koe of kwartier via melkcontrole of de CMT-test.
- Uit melkcontrole blijkt bijvoorbeeld dat bij een geometrisch gemiddeld celgetal boven de 250.000 cellen/ml ongeveer 79% kans bestaat op ziekte.
- Bij een laag percentage probleemkoeien (<10%) zijn de risico’s aanvaardbaar, maar daarboven is ingrijpen noodzakelijk.
Eventueel kan aanvullend bacteriologisch onderzoek worden gedaan om de veroorzakende bacterie te identificeren en een behandelplan op te stellen, inclusief gevoeligheidstesten indien gewenst.

Opkomst van realtime sensortechnologie
Naast deze traditionele en diagnostische methoden winnen realtime sensoren sterk aan belang. Een goed voorbeeld hiervan is de MilkGenius van BouMatic, een inline meetsysteem dat tijdens het melken automatisch vet, eiwit, lactose en temperatuur in de melk analyseert. Deze parameters geven waardevolle informatie over de gezondheid van het uier en de melkproductiefunctie.
Bij de ontwikkeling van mastitis treden namelijk kenmerkende verschuivingen op in deze waarden:
- Lactose daalt: ontstekingsprocessen beschadigen melk producerende cellen in het uier, waardoor minder lactose wordt geproduceerd. Bovendien wordt lactose verdund door ontstekingsvocht. Een daling van lactose is daarom een sterke indicator van subklinische mastitis.
- Eiwit daalt licht of blijft stabiel, maar caseïne daalt relatief sterker bij ernstige ontsteking doordat de eiwitsynthese in de alveoli wordt verstoord. Eiwitverhoudingen kunnen dus iets verschuiven.
- Vet fluctueert, maar kan in sommige gevallen stijgen door veranderingen in melkvolume en door verstoring van transportprocessen in de melkklier. Vet alleen is dus geen mastitis specifieke indicator, maar een veranderde vet/lactose verhouding kan wél richting geven.
- Temperatuur stijgt lokaal: bij ontsteking is er verhoogde doorbloeding in het uier, wat leidt tot warmere melk. Ook de lichaamstemperatuur van de koe kan licht stijgen. Inline temperatuurmeting geeft zo een aanvullende vroeg signaalfunctie.

Vroege detectie via software en datamonitoring
Door deze parameters automatisch per koe en per melkbeurt te registreren, kan software afwijkingen detecteren nog voordat klinische symptomen zichtbaar worden. Waar vroeger alleen geleidbaarheid en celgetallen beschikbaar waren, geeft de combinatie van lactose, eiwit, vet en temperatuur een veel completer beeld. Het feit dat lactose en temperatuur relatief snel reageren op ontstekingsprocessen maakt hen bijzonder geschikt voor vroege detectie. Bij afwijkingen kan managementsoftware vervolgens waarschuwingen geven voor attentiekoeien, wat snelle interventie mogelijk maakt.
Belang van technisch management van melkinstallaties
Hoewel sensortechnologie een belangrijke rol speelt in vroege signalering, blijft ook het technische management van melkinstallaties van groot belang.
Slechte instellingen of slijtage van melkapparatuur kunnen leiden tot:
- Beschadiging van spenen
- Te hoge keratine uitwassing
- Kruisbesmetting tussen kwartieren en koeien.
Onderzoek toont aan dat verkeerd afgestelde installaties het mastitisrisico aanzienlijk verhogen. Regelmatig onderhoud, correcte instellingen en hygiënische werkmethoden zijn daarom essentieel.
Conclusie: integrale aanpak voor optimale detectie
Samengevat wordt mastitis tegenwoordig het meest effectief opgespoord door een combinatie van:
- Traditionele methoden (zoals SCC en bacteriologie)
- Realtime sensormetingen (zoals geleidbaarheid en lactose)
- Technisch management.
Inline systemen zoals de BouMatic MilkGenius, die vet, eiwit, lactose en temperatuur continu meten, bieden bovendien een belangrijke meerwaarde bij de vroege detectie. Door deze integrale aanpak kunnen melkveehouders schade beperken, het welzijn verbeteren en economisch voordeel behalen.
Jeroen Struijlaart
After Sales Manager en Melkwinningsspecialist
BouMatic