Celgetal Nederlandse melkveehouders daalde met 7,5 procent naar 184.000 cellen per milliliter

De cijfers zijn afkomstig uit het jaarlijkse overzicht van de melkkwaliteit van zuivellaboratorium Qlip. Het is het derde jaar op een rij dat het celgetal zakt. Niet alleen het celgetal zakte de afgelopen drie jaar, maar ook het aantal monsters met een celgetal van meer dan 400.000 cellen slonk de laatste drie jaar aanzienlijk, van 2,03 naar 3,65 procent.
Minder cellen, meer bacteriën
In tegenstelling tot het celgetal laat het kiemgetal de afgelopen twee jaar wel een stijgende lijn zien. Tussen 2014 en 2023 schommelde het kiemgetal tussen de 13.100 en 13.900 kiemvormende eenheden (kve) per milliliter. In 2024 liep het aantal kve op naar 14.200. In 2025 zet deze stijging door en komt het gemiddelde kiemgetal uit op 15.400 kve per milliliter.
Het percentage groeiremmende stoffen, residuen van antibiotica, daalde het afgelopen jaar tot 0,007 procent.
Ureum
Het gemiddelde ureumgehalte kwam in 2025 uit op 19,5 milligram per 100 gram melk. In de melkveehouderij komt steeds meer aandacht voor een optimale benutting van eiwit in het rantsoen, wat resulteert in een dalend ureumgehalte op landelijk niveau.
Het verlagen van het ureumgehalte resulteert in minder stikstofexcretie, minder ammoniak en emissie een besparing op de mestafzetkosten.

Tekst: Hermien van der Aa
Woont en werkt op een melkveebedrijf in Hernen met als neventakken educatie en zorglandbouw. Sinds 2020 parttime redacteur melkvee bij Agrio, waar ze hoofdzakelijk schrijft voor de website melkvee.nl, het vakblad Melkvee en de regiobladen
Beeld: Susan Rexwinkel
Bron: Qlip

