Ontheffing bovengronds mest uitrijden in 2026 aan te vragen vanaf 2 februari

De regeling is alleen van toepassing wanneer de drijfmest afkomstig is van runderen in de diercategorieën 100, 101, 102, 104 en 120 en op het eigen bedrijf is geproduceerd. Daarnaast mag er geen dierlijke mest worden aangevoerd voor de bemesting van grasland.
Het uitrijden is uitsluitend toegestaan op grasland dat bij het bedrijf hoort en niet binnen twee meter van een watergang, ook niet wanneer de bufferstrook smaller is.
Oppervlakte-eisen en bemesting
Voor deelname geldt dat minimaal 85 procent van de landbouwgrond uit grasland bestaat. Op bouwland komt alleen rundveedrijfmest of vaste rundveemest in aanmerking.
Het gebruik van kunstmest blijft beperkt tot maximaal 100 kilogram stikstof per hectare grasland. Ook mag het stikstofoverschot op bedrijfsniveau niet hoger zijn dan 100 kilogram stikstof per hectare, berekend volgens een stikstofbalans op bedrijfsniveau.
Weidegang als voorwaarde
Weidegang vormt een belangrijk onderdeel van de regeling. Een voorwaarde voor de ontheffing is dat droogstaande koeien in de periode van 1 mei tot en met 30 september dag en nacht buiten lopen, tot minimaal drie weken voor de verwachte afkalfdatum.
Voor runderen in diercategorie 102 en 120 geldt een weideperiode van minimaal 150 dagen dag en nacht, in elk geval tussen 15 maart en 30 november. Runderen in diercategorie 101 van zes maanden en ouder verblijven daarnaast in de periode van 1 juni tot en met 31 augustus dag en nacht in de wei.
Bedrijven houden een weidegangkalender bij waarin per dag is vastgelegd hoeveel dieren buiten lopen en hoeveel uren. Deze kalender mag niet meer dan een week achterlopen. Op dagen dat runderen ziek zijn, is weidegang niet verplicht.
Extra voorwaarden voor melk- en kalfkoeien
Voor bedrijven met melk- en kalfkoeien gelden aanvullende eisen. De koeien worden vanaf twee weken na afkalven geweid en komen in het weideseizoen minimaal 150 dagen en zes uur per dag buiten.
Wanneer niet alle mest op eigen grond kan worden geplaatst, mag de melkproductie niet hoger zijn dan 14.000 kilogram per hectare. Ook blijft het gemiddelde gewogen ureumgetal in twee meetperiodes onder de norm van 21 milligram per 100 gram melk. Het gaat hierbij om de periodes van 1 januari tot en met 31 maart en van 1 december tot en met 31 december.
Administratie en controle
Melkveehouders bewaren in hun administratie gegevens waaruit blijkt dat aan alle voorwaarden wordt voldaan. Jaarlijks wordt een rapport opgesteld en bewijsstukken, zoals berekeningen van het stikstofoverschot en de ontvangstbevestiging van de aanmelding, blijven beschikbaar voor eventuele controles.
Aanmelden voor bovengronds mest uitrijden in 2026 kan van 2 tot en met 27 februari via Mijn RVO.
Later dit jaar wordt meer duidelijkheid verwacht over de mogelijkheden voor bovengronds mest uitrijden in 2027.

Tekst: Stefan Buning
Geboren en getogen op een melkveebedrijf in de Achterhoek. Sinds 1998 werkzaam als redacteur bij Agrio. Als chef Melkvee is hij samen met zijn team verantwoordelijk voor het kritisch volgen van alles wat er in en om de melkveehouderij in Nederland gebeurt.
Beeld: Ruth van Schriek
Bron: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland
