'Bovengronds mest uitrijden met ingang van 1 januari 2026 niet meer toegestaan'

De VBBM houdt zich al meer dan 30 jaar bezig met goede mestkwaliteit om het (bodem)milieu mee te optimaliseren. Het resultaat is een gezonde bedrijfsvoering die gezond voedsel produceert. De kringloop-gedachte vormt hiervoor de grondslag. De vereniging zet zich al jaren in voor het bovengronds uitrijden van mest en wil graag een bijdrage leveren aan een goede besluitvorming over het al dan niet verlengen van de ontheffing voor het bovengronds uitrijden van runderdrijfmest.
Mestmonster
De VBBM is groot voorstander van het bovengronds uitrijden van runderdrijfmest. Om de gevolgen van het bovengronds uitrijden van mest goed in beeld te brengen, neemt en analyseert de vereniging al jaren mestmonsters bij aangesloten boeren. Van 2011 tot 2025 zijn meer dan 1.000 mestmonsters geanalyseerd. Deze monsters tonen aan dat de gemiddelde totale stikstofwaarde (N-waarde) van de gebruikte mest vanaf de invoering van de vrijstelling statistisch bewezen onder de forfaitaire norm ligt.
Onderstaande grafiek laat zien dat niet alleen de N-waarden van de laagst scorende mestmonsters ruim onder de forfaitaire norm liggen, ook de gemiddelde N-waarde van alle geanalyseerde mestmonsters ligt al vanaf 2014 onder de forfaitaire norm.
'De mestanalyses van de 25 procent laagst scorende bedrijven geven inzicht in welke reductie van stikstof in mest mogelijk is', stelt de VBBM in haar persbericht.
Voorwaarden voor goede mest
De melkveehouders die aangesloten zijn bij de VBBM hechten veel waarde aan veel uren weidegang. De grootste eiwitbron in het rantsoen is bij voorkeur (vers) gras en de externe input is zo laag mogelijk. Daarnaast is het rantsoen structuurrijk, wat een positieve uitwerking heeft op de vertering. Op deze manier werken de leden van de VBBM aan gezonde mest, die vervolgens de basis vormt voor een goed bodemleven.
De kwaliteit van de mest is onder andere afhankelijk van het seizoen. Nóg belangrijker is echter, hoe de drijfmest gevormd is, door middel van een rijpingsproces of door middel van een rottingsproces. Tijdens het rottingsproces kunnen gifstoffen en ammoniak vrijkomen. De beste mestkwaliteit ontstaat na een rustig en geleidelijk rijpingsproces.
Tijdens het bovengronds aanwenden van goed gerijpte mest zijn de weersomstandigheden vrij bepalend voor het resultaat. In het ideale geval wordt de mest verdund met water uitgereden en wordt middels het uitrijden van mest bij lage buitentemperaturen, lage windsnelheden en regenachtig weer de emissie van ammoniak tegengegaan.
De voordelen op een rij
- Een betere verdeling van de mest (elk grassprietje een beetje)
- Voldoende contact met zuurstof waardoor een gezonde omzetting kan plaatsvinden.
- Aanraking met UV-licht, dat schadelijke bacteriën en organismen kan reduceren.
- Geeft langdurige afgifte van mineralen maar ook een snelle bladbemesting.
- Stimuleert het gezonde bodemleven dat van boven naar beneden werkt (insecten, wormen, bacteriën, schimmels enzovoort).
- Stimuleert ook grotere organismen zoals (weide-)vogels, muizen, mollen, hazen, kleine en grote roofdieren, die hun bijdrage leveren aan de kringloop.
- Draagt met haar grote diversiteit aan leven bij aan een bodem die beter water en lucht kan infiltreren en daardoor meer water/mineralen kan vasthouden. Dit resulteert in een hogere vruchtbaarheid.
- Daarnaast wordt de mest uitgereden met lichtere machines, met als gevolg minder brandstofverbruik en minder bodemverdichting.
Nieuwe vrijstelling
De VBBM blijft zich inzetten voor het verkrijgen van een nieuwe vrijstelling voor bovengronds mestuitrijden. Voor een goede onderbouwing van het bovengronds mestuitrijden pleit de vereniging voor meer onderzoek naar wat een goede mestkwaliteit is.
Aanmelden bovengronds mest uitrijden kan
Hoewel het ministerie van LVVN nog geen goedkeuring heeft gegeven voor het onder strenge voorwaarden bovengronds uitrijden van mest, kunnen melkveehouders die van deze vrijstelling gebruik willen maken zich wel al aanmelden. Zodra er meer duidelijkheid is over de invulling van de vrijstelling is dat terug te vinden op de site van RVO.
De belangrijkste voorwaarde om bovengronds mest uit te mogen rijden, was dat melkveehouders afzagen van derogatie. Nu de derogatie in 2026 definitief is vervallen, zou dat kunnen leiden tot extra belangstelling voor de vrijstellingsregeling bovengronds mestuitrijden. Onderstaand kader is een overzicht van de voorwaarden waar veehouders aan moeten voldoen om in aanmerking te komen voor een vrijstelling.
U houdt zich in die 2 jaren aan deze voorwaarden:
- De runderdrijfmest is op uw eigen bedrijf geproduceerd.
- U voert geen dierlijke mest aan om uw grasland te bemesten.
- Runderdrijfmest rijdt u uit op grasland dat bij uw bedrijf hoort. De mest mag u niet binnen 2 meter van een watergang uitrijden. Ook niet wanneer de bufferstrook kleiner is dan 2 meter.
- Voor de bemesting van bouwland op uw bedrijf gebruikt u alleen runderdrijfmest of vaste rundermest.
- In elk geval 85% van de oppervlakte landbouwgrond van het bedrijf is grasland.
- U rijdt van kunstmest niet meer dan 100 kilogram stikstof per hectare grasland uit op uw bedrijf.
- Het stikstofoverschot op uw bedrijf is maximaal 100 kilogram stikstof per hectare. Dit is berekend volgens het principe van een stikstofbalans op bedrijfsniveau.
- De droogstaande koeien (met diercategorie 100) op uw bedrijf zijn dag en nacht in de wei. In elk geval in de periode van 1 mei tot en met 30 september tot minimaal 3 weken voor de verwachte afkalfdatum.
- De runderen (met diercategorie 102 en 120) op uw bedrijf zijn minimaal 150 dagen dag en nacht in de wei. In elk geval in de periode van 15 maart tot en met 30 november.
- De runderen (met diercategorie 101) op uw bedrijf met een leeftijd van 6 maanden of ouder zijn in de periode van 1 juni tot en met 31 augustus dag en nacht in de wei.
- U houdt een kalender bij waarop u per dag bijhoudt hoeveel runderen per diercategorie in de wei zijn en hoeveel uren. Deze weidegangkalender mag niet meer dan 1 week achterlopen.
- Runderen hoeven niet de wei in op dagen dat zij ziek zijn.
Melk- en kalfkoeien
Heeft u op uw bedrijf melk- en kalfkoeien (diercategorie 100)? Dan houdt u zich ook in beide jaren aan deze voorwaarden:
- De melk- en kalfkoeien op uw bedrijf worden vanaf 2 weken na de kalfdatum geweid. In de periode van 15 maart tot en met 30 november zijn zij in elk geval 150 dagen en 6 uur per dag in de wei.
- Kunt u de mest die u op uw bedrijf produceert niet volledig plaatsen op uw eigen bedrijf? Dan mag de melkproductie van uw bedrijf niet hoger zijn dan 14.000 kilogram per hectare.
- In 2 periodes is het gemiddelde gewogen ureumgetal van melk die u op uw bedrijf produceert lager dan 21 milligram per 100 gram melk. Het gemiddelde moet lager zijn in beide periodes: van 1 januari tot en met 31 maart en van 1 december tot en met 31 december.
Een volledig overzicht van alle voorwaarden is terug te vinden op de site van RVO.

Tekst: Hermien van der Aa
Woont en werkt op een melkveebedrijf in Hernen met als neventakken educatie en zorglandbouw. Sinds 2020 parttime redacteur melkvee bij Agrio, waar ze hoofdzakelijk schrijft voor de website melkvee.nl, het vakblad Melkvee en de regiobladen
Beeld: Ruth van Schriek
Bron: VBBM

