
Marijn van Aart blijft melkveebedrijf met wisselbouw optimaliseren: “Er valt nog een hoop uit te zoeken”


Marijn runt gemengd bedrijf Edelweisz Dairy V.O.F. in Rutten, Flevoland. “We boeren midden in de Noordoostpolder, waar melkveehouders relatief veel grond uitwisselen met akkerbouwers.” Zo ook hijzelf, waardoor het merendeel van zijn grasland eenjarig is.
Zijn melkveehouderij heeft 100 koeien (40 Jerseys, 60 Holsteiners). En omvat zo’n 48 hectare waarvan 25 hectare gehuurd. Daarnaast heeft hij nog land waarop hij aardappelen, uien en vroege wortels teelt.
'Ongemerkt doe je binnen het project in een korte tijd veel basiskennis op over ammoniak- en methaanreductie'
Martijn van Aart
Leercurve
Bij aanvang van Netwerk Praktijkbedrijven zat Marijn op een ruw eiwitgehalte van 156 g/kg DS (zie tabel 1). “Al bijna op de streefwaarde van 150 g dus. Wat ook logisch is, gezien het feit dat ik met wisselbouw werk. Op eenjarige graslanden was het lastiger om aan een hoog ruw eiwitgehalte te komen, waardoor ik veel moest aankopen.”
“De afgelopen jaren ben ik gesprekken aangegaan met de akkerbouwers van wie ik grond huur. Bij de meeste mag ik nu grasklaver inzaaien, daardoor schoten mijn eiwitgehaltes omhoog.”
Positief voor zijn kuil, al werd het daarmee lastiger om de streefwaardes binnen het Netwerk te behalen. “Opnieuw naar een zo laag ruw eiwitgehalte zakken als het in het referentiejaar (2020) werd lastiger. Daar lag een grote leercurve: hoe ga je om met hogere eiwitgehaltes?”
Bovendien was het in de winter van 2024 lastig om op het ‘scherpst van de snede’ te voeren, voegt Marijn toe. “We hadden een grote stalrenovatie, waar de koeien het zwaar mee hadden. 70 koeien moesten het met 25 vreetplekken doen. De opname was niet ideaal. Ook lag blauwtong op de loer. Deze omstandigheden maakten dat we eerst moesten kijken naar wat de koe nodig had. Liters, maar ook eiwitgehaltes, waren minder belangrijk.”
Voortgang en bedrijfskenmerken (2020)
Grondsoort: Klei
Totale oppervlakte: 48 ha
Aantal melkkoeien: 95
Intensiteit: 19.282 kg meetmelk / ha
Bedrijfsvoering: Gangbaar
Aantal dagen weidegang: 170 dagen per jaar
Aantal uren weidegang: 5 uren per dag
Stalrenovatie
Inmiddels is de nieuwe stal zo goed als af. “Onze verouderde ligboxenstal uit 1970 – met asbestdak en lage ventilatie - is ingewisseld voor een lichte, luchtige serrestal. Met een nieuw tanklokaal, 60 ligboxen en een groot strohok voor de droge koeien.”
Binnen het Netwerk deed Marijn inspiratie op. “Ik had al langer een blauwdruk in mijn hoofd van hoe ik het ongeveer wilde hebben. De details zijn verder ingegeven door het Netwerk. Alleen kelderloos bouwen om methaanemissies tegen te gaan was geen optie, gezien mijn bouwblok.”
“Wel heb ik ervoor gezorgd dat de kelder 100% luchtdicht afgesloten kan worden in de toekomst. En heb ik geen open zuiggat, maar een gesloten systeem met aanzuigbuis. Hoe minder ventilatie en luchtverversing in de kelder, hoe minder ammoniakuitstoot.”
Troef
Bovendien heeft de vloer van de nieuwe stal een primaire scheiding die urine doorlaat en vaste mest laat liggen. “We maken in de boxen gebruik van lange stro, waardoor we een ideale vaste mest krijgen.”
“Dat is een mooie troef om in te zetten bij de samenwerking met akkerbouwers. In de sector merk je namelijk een trend waarbij organische stof meer waardering krijgt. Akkerbouwers voeren compost aan, om het bodemleven te verbeteren. Door dit product zelf aan te bieden kan ik gemakkelijker mest afzetten én gaan akkerbouwers eerder gronduitruil aan.”
Zwavel
“Het hebben van een gemengd bedrijf maakt dat je akkerbouwmatig naar het grasland kijkt”, stelt Marijn. “Ik ben erop gebrand dat mijn bodemgesteldheid goed blijft.”
“Dus extra bewust zijn wat je precies nodig hebt in je kuil. Op akkerbouwgronden is het zwavelleverend vermogen laag, omdat het organische stofgehalte ook laag is.”
“Daarom strooien we in het voorjaar polysulfaat en organische mest. Hierdoor heeft de bodem meer buffer en benutten de planten het stikstof dat je aanbiedt beter. Klaver geldt bovendien als mooie stikstofaanvuller.”
'Ik ben erop gebrand dat mijn bodemgesteldheid goed blijft'
Marijn van Aart
Droger inkuilen
De kuil optimaliseren behoort ook tot zijn passies. Niet voor niets won hij met zijn vader in 2021 de eerste prijs in de Topkuilcompetitie.
Droger inkuilen om uitstoot te verminderen probeert hij ook. “Vroeger waren we stellig: niet te droog inkuilen, natter is makkelijker en melkt beter. Nu moet ik toegeven dat het iets droger ook prima werkt.”
“Wel vraag ik me af: hoe groot is het verschil in DVE nu eigenlijk? In hoeverre geldt de toename van DVE ook voor voorjaarskuilen? Dat is iets wat ik dan bij bedrijfsbegeleider Stefan van ‘t Ooster neerleg nu ik de analyse van de te natte voorjaarskuil heb gezien. Ik ben benieuwd hoe we deze winter gaan melken met deze kuil.”
Toekomstplannen
Zijn toekomstplannen? “We zijn de stal aan het finetunen. We hebben onder andere een druppelsysteem geïnstalleerd, om nog schonere roosters te krijgen. Ook wil ik nog naar het gebruik van mijn elektrische mestmixers gaan kijken, die nu één keer per dag draaien. Wie weet is één keer per week wel beter.”
Ook hoopt hij de kwaliteit van zijn mest te optimaliseren. “We zijn nog een grote vaste mestopslag aan het bouwen, zodat ik jaarrond mijn mest kan opslaan. Zolang vaste mest regelmatig mechanisch wordt omgezet, kun je methaanuitstoot drukken.”
Op dit moment heeft hij 40 Jerseys lopen: dat aantal wil hij nog verder uitbreiden. “Jerseys zijn efficiënt en vreten minder per dier. Ik denk dat ze dus ook minder emissies geven, al is dat niet wetenschappelijk bewezen.”
“Zo valt er nog een hele hoop te experimenteren en uit te zoeken”, besluit hij. Daar ziet Marijn niet tegenop, integendeel: “Die veelzijdigheid vind ik het leukst aan het vak.”
Beeld: Harry Kolenbrander
Bron: netwerkpraktijkbedrijven.nl



