
Leo Coppens ziet graag ruimte voor innovatie: “Maar dan moet iedereen aan boord zijn, óók onderzoeksinstanties en erfbetreders”


Het gangbare melkveebedrijf van Leo Coppens is gevestigd in de Brabantse Kempen, waar afgelopen jaren veel melkveehouderijen gestopt zijn. “Daaronder vallen ook mooie bedrijven die het tot voor kort goed voor elkaar hadden. Sommigen zetten 10 jaar geleden nog een nieuwe stal neer en doeken nu op. Een trieste zaak waar ik moedeloos van kan worden.”
Oplossingsgericht
Zelf heeft hij vooralsnog geen enkele intentie om te stoppen. “Je moet de toekomst positief blijven inzien. Leuk zijn de ontwikkelingen allesbehalve, maar misschien komt er dankzij het lagere aanbod straks ook een grotere vraag. Met als gevolg een betere melkprijs. Zo probeer ik te redeneren om de moed erin te houden.”
Leo nam het bedrijf over van zijn vader, die ook vandaag de dag nog elke dag om 7 uur ’s ochtends in de stal staat. Met behulp van melkrobots melkt Leo zijn 130 koeien.
Hij sloot zich – nadat zijn vader hem tipte - aan bij Netwerk Praktijkbedrijven, omdat hij actief op zoek wilde gaan naar oplossingen. “Wij hadden roostervloeren en ik voelde al aan dat deze uiteindelijk niet als uitstootverlagend gezien zouden worden. Ik dacht: voordat de politiek het afschiet, heb ik liever al een nieuwe oplossing klaarliggen. Met name de brede aanpak sprak mij aan.”
Koolstof in de koe
Tot dusverre ziet Leo dat de focus binnen het project voornamelijk op eiwit ligt. “Voor mijn smaak wat teveel. We voeren al twee jaar kei-strak. Maar dan toch ook kei-strak nét een tikje te hoog. Rond de 162, terwijl de streefwaarde 150 is (zie tabel 1). Op papier zouden we kunnen zakken in eiwit. In de realiteit hebben we te maken met weersomstandigheden en de beschikbaarheid van de loonwerker.”
Zelf zou hij graag meer ruimte zien voor experimenten. Neem bijvoorbeeld koolstof bij het voer doen, iets waar hij zelf sinds januari 2023 gebruik van maakt. “Op onze 130 koeien doen wij 5 kilo per dag koolstof door de mengwagen. Dat bevalt ons geweldig. Ik zie dat de koe daardoor efficiënter omgaat met eiwit, waardoor het stikstofgehalte in de mest stijgt.”
“Het viel de veearts direct op: “je hebt een betere mest, wat heb je gedaan?”. Sinds wij koolstof voeren is het stikstofgehalte in onze mest met één procent gestegen. Met die ene procent winst haal je de kosten voor de koolstof er gemakkelijk uit.”
Voortgang en bedrijfskenmerken (2020)
Grondsoort: Zand
Totale oppervlakte: 37,22 ha
Aantal melkkoeien: 125
Intensiteit: 32.782 kg meetmelk / ha
Bedrijfsvoering: Gangbaar
Aantal dagen weidegang: 240 dagen per jaar
Aantal uren weidegang: 7 uren per dag

Bemest op z’n best
“Netjes bemesten is ook een belangrijke tactiek. En dat gaat naar mijn mening verder dan alleen de mest verdunnen met water, waarmee je natuurlijk ook al winst behaalt. We mogen nog ruimer denken. Maar ook daarbij geldt: innovaties moeten wel hard worden gemaakt.”
Eerder deed Leo bijvoorbeeld mee aan een project van Bemest op z’n best. “Daar gaven we de mest een soort bliksembehandeling (plasmabehandeling van N2 Applied en melkmachinefabrikant GEA). Het houdt in dat mest dankzij hoge spanning verrijkt wordt met stikstof en tegelijkertijd wordt aangezuurd tot een lagere pH-waarde. Hierdoor hebben de planten minder mest nodig. De aanzurende werking zorgt bovendien voor een sterk verminderde ammoniakuitstoot.”
Een andere manier om uitstoot van de mest te beperken, zou het toevoegen van kalk aan de mest kunnen zijn, noemt Leo. “In de put alleen al kan je dat merken. Als mest in de put zit, komt er schuim op. Belletjes in de schuim zorgen ervoor dat uitstoot vrijkomt. Met een kalksuspensie ontstaat dat schuim niet. En dankzij kalk komt een beschermlaag op de drijfmest, waardoor de emissiefactoren zon en wind buiten minder vat hebben op de mest. Daarmee hebben we de uitstoot voor een gedeelte getackeld.”
'We mogen ruimer denken, maar moeten innovaties wel hard zien te maken'
Leo Coppens
Metingen
“Allemaal mooie ideeën, en het is leuk om aan een proef mee te doen, maar in mijn eentje kan ik niet doorpakken”, concludeert Leo. Om die reden zou Leo graag metingen op zijn bedrijf zien. “Maar omdat wij niet de juiste stal hebben, gaat dat niet binnen dit project. Dat vind ik jammer. Zonder harde cijfers is het lastiger om anderen te motiveren.
“Cruciaal in onze sector is de samenwerking met andere partijen. De impact daarvan wordt nog wel eens onderschat. Zo merk ik dat velen in de sector nog huiverig zijn om eiwitten te verlagen. Als de ene week de voervoorlichter zegt: “nee, je moet het zo houden”, en de week daarop mijn veearts zegt: “pas op voor je koegezondheid”, vind ik dat we eerst met zijn allen om de tafel moeten. Je moet op één lijn zitten en er samen achter staan.”
“Uiteindelijk wil ik dat de waarheid boven tafel komt over wat wel en niet werkt en ook wat wel en niet zinvol is om toe te passen. De druk in de sector is hoog en we doen hard ons best, maar het moet wel reëel zijn. Je kan van een scholier ook niet verwachten dat hij een 12 als rapportcijfer behaalt, als er slechts 10 punten te behalen zijn. Dat is wel hoe het soms voelt om boer te zijn in 2025, maar we blijven hopen op betere tijden.”
'Je moet met erfbetreders om de tafel gaan om op één lijn te zitten'
Leo Coppens
Beeld: Harry Kolenbrander
Bron: netwerkpraktijkbedrijven.nl



