Onderzoeker Wageningen Universiteit pleit voor gelijke behandeling blijvend grasland en tijdelijk grasland in 8 Actieprogramma Nitraat

Het 8e actieprogramma Nitraat heeft tot doel waterverontreiniging door nutriënten uit de landbouw te voorkomen en te verminderen. Een belangrijk onderdeel in het programma is ingeruimd voor het zogenaamde ingroeipad voor bedrijfsgerichte doelsturing voor de grondwaterkwaliteit. Deze aanpak biedt boeren de vrijheid zelf te bepalen welke maatregelen zij willen nemen om de waterkwaliteitsdoelen te halen. Voor het vaststellen van de waterkwaliteit wordt gebruik gemaakt van het N-mineraalresidu en het N-bodemoverschot in de bovenste 90 centimeter van de bodem.
Onderscheid in grasland
In het oorspronkelijke voorstel maakt minister Wiersma onderscheid tussen de metingen N-mineraal op tijdelijk grasland en op blijvend grasland. Voor tijdelijk grasland kiest de minister voor het vaststellen van N-mineraal op ieder perceel. Terwijl ze bij blijvend grasland kiest voor een minder specifieke aanpak, waardoor niet van ieder perceel het N-mineraal hoeft te worden vastgesteld. De N-mineraal is van belang voor het al dan niet verlenen van uitzonderingen op de hoeveelheid stikstof die per hectare mag worden toegediend.
Met deze aanpak lijkt de minister er vooralsnog vanuit te gaan, aldus de onderzoeker, dat de nitraatuitspoeling op blijvend grasland structureel laag is. Metingen op proefboerderij De Marke laten echter zien dat dit niet altijd het geval is. Gemiddeld genomen is op De Marke het nitraatresidu op blijvend grasland even hoog als op maisland en hoger dan op tijdelijk grasland.
Meer inzicht
De Marke deed als deelnemer aan Koeien & Kansen ervaring op met het bepalen van N-mineralen op een beperkt aantal percelen en met het bepalen van N-mineraal op alle percelen. Het vergelijken van beide werkwijzen, laat volgens de onderzoeker zien, dat een bedrijfsdekkende aanpak meer inzicht oplevert in de werkelijke N-mineraal per perceel. Dit inzicht is nodig om als boer gerichtere maatregelen te kunnen nemen om de N-mineraal terug te dringen.
Advies
De onderzoeker adviseert de minister dan ook geen onderscheid te maken tussen blijvend en tijdelijk grasland bij de bepaling van N-mineraal. Door alle percelen te bemonsteren neemt de kans op structurele verbeteringen van de waterkwaliteit toe. En wordt voorkomen dat potentiële probleempercelen onopgemerkt blijven.
De volledige reactie van Dr. Ir. J. Verloop van de WUR is terug te lezen in de inmiddels gesloten internetconsultatie aangaande het 8e actieprogramma.

Tekst: Hermien van der Aa
Woont en werkt op een melkveebedrijf in Hernen met als neventakken educatie en zorglandbouw. Sinds 2020 parttime redacteur melkvee bij Agrio, waar ze hoofdzakelijk schrijft voor de website melkvee.nl, het vakblad Melkvee en de regiobladen
Beeld: Royal Eijkelkamp
Bron: Internetconsultatie.nl